De toepassing van ioniserende stralingsbronnen in Nederland

Bronnen van Ioniserende Straling (IS) zijn aan de ene kant toestellen die röntgenstraling uitzenden en aan de andere kant radioactieve stoffen, die hetzij los voorkomen (bijvoorbeeld in radionuclidenlaboratoria) hetzij zijn ingebouwd in een broncontainer of bronhouder (zogenaamde ingekapselde bronnen). Het gebruik van de diverse bronnen van IS is heel divers en sectoroverschrijdend. Hiermee ontstaat een breed scala aan sectoren waarbinnen risico’s ten gevolge van beroepsmatige blootstelling aan IS bestaan.

Blootstelling aan IS kan leiden tot kanker. Er is een lineair verband: hoe hoger de dosis, hoe groter de kans hierop. Blootstelling aan IS kan gebeuren door reguliere werkzaamheden met bronnen van IS en bij incidenten met bronnen. De reguliere blootstelling hangt af van de aard van de werkzaamheden met bronnen en de maatregelen die worden genomen om de blootstelling van werknemers aan ioniserende straling te beheersen. De blootstelling bij incidenten (potentiële blootstelling) hangt nauw samen met de sterkte van de stralingsbronnen die worden gebruikt en met de kans dat er ‘iets mis kan gaan’.

Blootstelling

Er zijn in Nederland ongeveer 50.000 werknemers die tijdens het werk blootgesteld kunnen worden aan een relevante dosis IS (hoger dan 1 milliSievert (mSv) per jaar). De dosis die deze personen ontvangen wordt gemeten en geregistreerd in het Nationaal DosisRegistratie- en Informatiesysteem (NDRIS). De meest recente stralingsdosis van blootgestelde werknemers in verschillende sectoren uit 2008 zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1 De gemiddelde geregistreerde stralingsdosis van blootgestelde werknemers in verschillende sectoren (2008)

Sector/bedrijfstak Aantal blootgestelden Gemiddelde jaardosis (mSv)
Totaal 49.265 0,67
Luchtvaart 13.541 1,73
Humane gezondheidszorg 23.553 0,25
Dierenartsen 4.042 0,05
Niet-destructief    onderzoek 968 0,85
Nucleaire industrie 1.656 0,31
Productie radiofarmaca 364 1,74
Overig (bv. div. industrieën,    onderzoek) 5.141 0,13

Wettelijk kader en het toezicht

De toepassingen van stralingsbronnen is gebonden aan een systeem van vergunningen op grond van de Kernenergiewet (KEW) en van meldingen van het gebruik van bepaalde minder sterke bronnen. Röntgentoestellen met weinig vermogen en radioactieve stoffen met zeer geringe activiteit mogen zonder vergunning of melding worden gebruikt. Er zijn in Nederland ongeveer 1500 bedrijven of instellingen met een KEW-vergunning. Daarnaast zijn er nog ongeveer 7000 minder risicovolle stralingsbronnen in gebruik, bij bijvoorbeeld tandartsen, waarvoor de meldingsplicht geldt. Het aantal KEW-vergunningen en meldingen is door de jaren heen ongeveer gelijk gebleven. De KEW en het Besluit stralingsbescherming (Bs) zijn bedoeld ter bescherming van alle ‘werknemers’. Volgens de definitie in het Besluit stralingsbescherming vallen hieronder ook werkgevers en zelfstandigen, kortom iedereen die beroepsmatig aan IS kan worden blootgesteld. Om stralingsbronnen te mogen gebruiken moet aan een aantal eisen zijn voldaan:

  • de toepassing moet gerechtvaardigd zijn;
  • men moet de blootstelling zoveel als redelijkerwijs mogelijk is beperken (ALARA=As Low As Reasonably Achievable);
  • de blootstellingslimiet (totale dosis gedurende een kalenderjaar) mag niet worden overschreden. Deze limiet is 20 milliSievert.

En bovendien moet er voldoende deskundigheid in huis zijn om met verstand van zaken de risico’s van de stralingstoepassingen te kunnen bepalen en geschikte maatregelen te kunnen nemen. Hier geldt: hoe groter het potentiële risico van een stralingsbron, hoe hoger het niveau van deskundigheid moet zijn. De Inspectie SZW ziet toe op de naleving van díe KEW-bepalingen en vergunningvoorschriften, die de stralingsbescherming van werknemers beogen. De KEW en de vergunningen kennen relatief veel verplichtingen. Enerzijds zijn dit systeemverplichtingen (KEW-beheersysteem, risicoanalyse) en anderzijds stralinghygiënische verplichtingen (maatregelen). Een inspectie van een bedrijf richt zich op (een selectie van) beide typen verplichtingen.

Niet-naleefmotieven

Uit het toezicht uit voorgaande jaren bleek dat met name bij vergunninghouders van eenvoudige bronnen met een gering stralingsrisico een kennisachterstand bestaat over de verplichtingen die het bezit van een stralingsbron met zich mee brengt. Het zijn in het algemeen geen niet-willers, maar niet-weters. De meeste ondernemers, ongeacht of het bezitters van eenvoudige of meer complexe bronnen betreft, nemen snel maatregelen naar aanleiding van de inspectiebezoeken van de Inspectie SZW. Bijna iedereen realiseert zich dat men te maken heeft met risicovolle werkzaamheden. Men wil graag van de overheid horen of het gebruik van de bronnen voldoende veilig is en zo nee, wat men moet verbeteren. Niemand voelt enig belang in het veronachtzamen van de veiligheid van de stralingsbronnen. Dit opent perspectieven voor een preventieve handhavingsstrategie. In de wijze waarop het toezicht is uitgeoefend in het verslagjaar 2011 is met deze niet-naleefmotieven rekening gehouden.

Bron: Inspectie SZW