Handhavingsbeleid Major Hazard Control (MHC)

ncoiRedactie
Op Maandag, 25 Februari, 2013, 01:04

Per 1 januari 2013 is het Handhavingsbeleid BRZO 1999 en ARIE gewijzigd vanwege de introductie van de Wet (en besluit) aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW regelgeving. Het nieuwe handhavingsbeleid kenmerkt zich door verschuiving van voorheen uitsluitend strafrechtelijke sanctionering naar in hoofdzaak bestuurlijke boetes. Een ander kenmerk van het nieuwe beleid is om BRZO- en ARIE-plichtige bedrijven die overtredingen begaan harder te straffen door strengere maatregelen of hogere boetes. Bij herhaaldelijke overtredingen kan er zelfs overgegaan worden op het stilleggen van de werkzaamheden.

ATEX opleidingen

Eventuele nog vóór 1 januari 2013 ingezette handhavingstrajecten worden nog volgens het oude handhavingsbeleid door de directie MHC afgehandeld. Wilt u weten hoe u bijvoorbeeld een explosieveiligheidsdocument (EVD) opstelt. Wilt u meer weten over de actuele wettelijke Arbo- en ATEX-eisen? Bekijk dan ons aanbod van ATEX opleidingen.

Handhavingsacties

Afhankelijk van de ernst van de overtreding(en) zet de Inspectie SZW de volgende handhavingsacties in:

  • het geven van een waarschuwing: bij overtreding van een concrete bepaling;

  • het stellen van een eis tot naleving van de wet: als overtreding van een zogeheten ‘doelgerichte bepaling’ wordt geconstateerd;

  • het stilleggen van het werk: als ernstig gevaar voor personen wordt geconstateerd en verder werken of aan het werk gaan onverantwoord is;

  • het aanzeggen van een verbod om het bedrijf of een deel daarvan te exploiteren: als duidelijk onvoldoende maatregelen zijn genomen om zware ongevallen met gevaarlijke stoffen te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken, waardoor de bescherming van de betrokken werknemers gevaar;

  • de inzet van bestuursdwang of een last onder dwangsom in BRZO-plichtige bedrijven: om af te dwingen dat het exploitatieverbod wordt nageleefd of om maatregelen af te dwingen ter herstel van een overtreding;

  • het opmaken van een boeterapport als:

    • als sprake is van een overtreding met directe boete zoals aangegeven in de Beleidsregel boeteoplegging Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (BRZO) arbeidsomstandighedenwetgeving.
    • geen gehoor is gegeven aan het bevel tot het opheffen van een overtreding waarvoor een waarschuwing is gegeven, of een eis is gesteld;
  • het opmaken van een proces-verbaal als:

    • er een causaal verband bestaat tussen een opgetreden zwaar ongeval en een overtreding van het BRZO;
    • het werk is stilgelegd;
    • in (een deel van) het bedrijf wordt geëxploiteerd, terwijl dit op grond van artikel 23 eerste lid van het BRZO 1999 niet had gemogen.

De overheid zorgt via de Arbeidsomstandighedenwet voor heldere doelvoorschriften. Deze wet biedt werkgevers en werknemers de ruimte om voor hun eigen sector te bepalen hoe ze hieraan voldoen. Deze afspraken kunnen zij in een arbocatalogus vastleggen. Ook werkgevers en werknemers in de BRZO- en ARIE-sectoren kunnen er dus voor kiezen om al of niet gezamenlijk een arbocatalogus op te stellen. Hierin wordt beschreven hoe er aan de volgende wettelijke bepalingen wordt voldaan:

  • artikel 6 van de Arbowet;
  • artikel 5 van het BRZO 1999;
  • Arie-bepalingen uit hoofdstuk 2 afdeling 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de bijbehorende regelingen.

U kunt uw arbocatalogus ter toetsing verzenden naar : Inspectie SZW Toetsing Arbocatalogi Postbus 90801 2509 LV Den Haag.

Bron: Inspectie SZW