NCOI Onderzoeksinstituut

Onderzoekslijn: Instrumenten voor goed bestuur

Opleiding
Lector
Betrokken lid Academic Board




 
Deze onderzoekslijn is er primair op gericht om – met behulp van wetenschappelijke theorie – een bijdrage aan de kwaliteit van het openbaar bestuur te leveren en een aantal daarvoor ontwik­kelde instrumenten (zoals klachtprocedures, integriteittrainingen en klanttevreden­heids­onder­zoe­ken) verder te ontwikkelen. 
 
Inleiding

Het onderwerp dat in veel bestuurskundig onderzoek en ook in het onderzoek van de Master Bestuurskunde van NCOI centraal staat, kan in algemene zin worden aangeduid als public governance. Het begrip ‘public governance’, oftewel overheidssturing, wordt in de weten­schappelijke literatuur op verschillende manieren omschreven (zie bijv. Rhodes 1996 en 2007; Meuleman 2008). Uitgaande van enkele karakteristieke elementen die in de litera­tuur steeds terugkeren, kan het begrip ‘public governance’ als volgt worden omschreven: het geheel van activiteiten van een overheidsorganisatie die erop gericht zijn om – tezamen met andere overheidsorganisaties, non-profitorganisaties en/of particuliere organisaties – een maatschappelijk vraagstuk op adequate wijze op te lossen.

Deze omschrijving heeft een algemeen karakter. Ze is bijvoorbeeld van toepassing op de activiteiten die door de Rijksoverheid worden ondernomen ter bestrijding van de jeugdwerk­loosheid. Maar ook de initiatieven van de gemeente Amsterdam op het terrein van de opvang van dak- en thuislozen, vallen binnen de omschrijving van public governance.
Voor wat betreft de hierboven gegeven omschrijving van public governance zijn verder drie aspecten te onder­scheiden. Allereerst is er een beleidsmatig aspect (zie de zinsnede: “activi­teiten (…) die erop gericht zijn om (…) een maatschappelijk vraagstuk (…) op te lossen”). Verder kan er een structuuraspect worden onderscheiden (“tezamen met andere overheids­organisaties, non-profitorganisaties en/of particuliere organisaties”). Ten slotte is er een normatief aspect (“op een adequate wijze”). 

Deze onderzoekslijn richt zich op de normatieve kant van public governance.
 
Onderzoeksveld 

De activiteiten die een overheidsorganisatie – tezamen met andere overheidsorganisaties, non-profitorganisaties en/of particuliere organisaties – onderneemt om een maatschappelijk vraag­stuk op te lossen, moeten aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Deze kwaliteitseisen worden in de bestuurskundige literatuur wel aangeduid als beginselen van goed bestuur. Enkele van deze beginselen zijn bijvoorbeeld dat de door een overheidsinstantie – tezamen met andere instanties – onder­nomen activiteiten effectief, efficiënt, rechtmatig en integer moeten zijn (WRR 2000, p. 27-28; Dees 2011, p. 20-22; Bovens, ’t Hart & Van Twist 2012).

Voorbeeld onderwerpen
 
Rechtsbescherming tegen de overheid
Het openbaar bestuur is gebonden aan het rechtmatigheidsbeginsel. Handelingen en beslis­singen van de overheid moeten voldoen aan de daarvoor geldende rechtsnormen zoals deze te vinden zijn in wetgeving, lagere regelgeving, internationale verdragen en rechterlijke uitspraken. Een belangrijk instru­ment om de rechtmatigheid van het openbaar bestuur te bevorderen, is dat burgers en organisaties de mogelijkheid hebben om (bepaalde soorten) handelingen en beslis­singen van de overheid die hun onwelgevallig zijn, aan te vechten via juridische procedu­res. De in de praktijk meest benutte rechtsbeschermingprocedures zijn de bezwaar­procedure (die plaatsvindt bij de overheidsinstantie waarvan de handeling of beslissing wordt aange­voch­ten), de klachtprocedure (bij de desbetreffende overheidsinstantie en – vervolgens eventueel – bij een onafhanke­lijke ombudsman) en de beroepsprocedure (bij de bestuurs­rechter).
De bewaarprocedure, klachtprocedure en beroepsprocedure kunnen als juridische controle­voorzieningen worden beschouwd (Van Montfort, Huberts & Dees 2014). Wanneer burgers en organisaties deze rechtsbeschermingsprocedures aanwenden om hun onwelgevallige hande­lingen en beslissingen van de overheid te betwisten, vindt er vervolgens een controle op de rechtmatigheid van de aangevochten handelingen of beslissingen plaats. Deze controle kan leiden tot een verbetering van de juridische kwaliteit van het openbaar bestuur. Een interes­sante vraag is in hoeverre dit mechanisme zich in de praktijk ook daadwerkelijk voordoet. Leidt rechtsbescherming in de praktijk tot rechtmatiger bestuur? Naar deze thematiek is in de afgelopen twintig jaar al redelijk wat onderzoek gedaan. Het plaatje is echter nog allerminst compleet. De betekenis van rechtsbescherming(sprocedures) voor de rechtmatigheid van het openbaar bestuur is een interessant onderwerp voor onderzoek.
 
Instrumentatie van integriteitsbeleid
Behalve rechtmatig moet het openbaar bestuur (onder andere) ook integer zijn (Bovens, ’t Hart & Van Twist, 2012). De integriteit van het openbaar bestuur is sinds het eind van de vorige eeuw een belangrijk aandachtspunt binnen de overheid. In de loop van de tijd is een flink aantal instrumenten op dit terrein ontwikkeld. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gewezen op de wijdverbreide introductie van gedragscodes, ambtseden en -beloften, klokkenluidersregelingen en integriteitstrainingen binnen het openbaar bestuur.

Er is inmiddels al een behoorlijke hoeveelheid onderzoek gedaan naar het nut van dit soort instrumenten (zie o.a. Van Tankeren & Van Montfort 2012; Van Montfort e.a. 2013; Huberts e.a. 2014). Aanvullend onderzoek is echter gewenst. Dat onderzoek zou zich onder andere kunnen richten op het ontwikkelen en uittesten van nieuwe instrumenten voor het bevorderen van de integriteit van het openbaar bestuur.
 
Klanttevredenheidsonderzoeken
Een vrij algemeen toegepaste methode om de kwaliteit van (overheids)diensten te beoordelen, is het doen van klanttevredenheidsonderzoeken. Dergelijke onderzoeken kunnen verschillende vormen aannemen. Zo houden veel overheidsinstanties die bepaalde producten of diensten leveren (bijv. gemeentelijke sociale diensten), periodiek een enquête onder de burgers en organisaties die op hun producten en diensten zijn aangewezen. Zij proberen zo een beeld te krijgen van de kwaliteit van hun producten en diensten. Een andere populaire vorm is dat er een zogeheten ‘cliëntenpanel’ wordt ingesteld. Het gaat hierbij om een min of meer permanente groep van een beperkt aantal cliënten. De leden van het cliëntenpanel worden regel­matig mondeling, schriftelijk of digitaal benaderd met het verzoek hun mening te geven over zaken die de belangen van hun ‘achterban’ raken (Van Wolde & Van Montfort 2005).
           
Het feit dat er binnen het openbaar bestuur op grote schaal klanttevredenheidsonderzoeken plaatsvinden, roept de vraag op wat er precies gebeurt met de informatie die met behulp van deze onderzoeken wordt verkregen. Een hiermee verband houdende vraag is of er in dit opzicht verschillen bestaan tussen de diverse vormen van klanttevredenheids­onder­zoeken. Deze thematiek, waarover tot dusverre nog maar in beperkte mate empirische studies zijn verschenen, vormt het laatste voorbeeld onderwerp voor deze onderzoekslijn.
 
Voorbeeld onderzoeksvragen

Naar aanleiding van bovenstaande schets van drie onderwerpen binnen de onder­zoekslijn ‘Instrumenten voor goed bestuur’ kunnen onder andere de volgende onderzoeksvragen worden geformuleerd:
  1. In hoeverre en onder welke condities leveren rechtsbeschermingprocedures als klachtprocedures, bezwaarschriftprocedures en gerechtelijke beroepsprocedures in de praktijk een bijdrage aan een rechtmatiger openbaar bestuur?
  2. In hoeverre en onder welke condities zijn instrumenten als integriteitstrainingen, gedragscodes en het afleggen van de eed of belofte, in de praktijk daadwerkelijk effectief uit een oogpunt van het bevorderen van de integriteit van bestuur?
  3. In hoeverre en op welke manieren benutten (semi)overheidsorganisaties in de praktijk de uitkomsten van klanttevredenheids­onderzoeken? Zijn er in dit opzicht verschillen te constateren tussen de diverse vormen waarin dergelijke onderzoeken kunnen plaats­vinden?

Gratis studiegids thuis ontvangen?

Vraag dan nu onze uitgebreide studiegids(en) aan en ontvang alle opleidingsinformatie per post.

Opleidingsadvies op maat?

Onze deskundige opleidingsadviseurs zijn telefonisch bereikbaar van maandag t/m donderdag van 08.00 tot 21.00 en op vrijdag van 08.00 tot 17.00 en via WhatsApp op werkdagen tussen 10:00 en 16:00.