Menu

NCOI Onderzoeksinstituut

Onderzoekslijn: Therapietrouw (compliantie, adherentie, concordantie)

Opleiding
Lector
Betrokken lid Academic Board




 
Achtergrond

Sinds 1950 zijn de zorguitgaven elk jaar fors gestegen en in 2015 gaven we in totaal 13,2% van ons nationaal inkomen uit aan zorg. De verwachting is dat de zorguitgaven kunnen oplopen tot zelfs 31% in 2040. Zo zijn de stijgende kosten in de zorg ook een maatschappelijk probleem1.

In een poging de zorg betaalbaar te houden heeft Els Borst-Eilers als minister van Volksgezondheid in de jaren 90 van de vorige eeuw een nieuw verzekeringsstelsel voor de gezondheidszorg ontworpen: de basisverzekering. Door haar voornemen om niet-werkzame of onvoldoende werkzame interventies niet meer voor vergoeding vanuit de basisverzekering in aanmerking te laten komen, werden zorgverleners uitgedaagd de werkzaamheid van hun interventies aan te tonen. Vrijwel gelijktijdig werd in de zorg de geldende authority-based practice verdrongen door evidence-based practice2.

Evidence-based practice maakt het mogelijk om goede en verantwoorde zorg te verlenen. Dit gebeurt door een zorgvuldige, expliciete en oordeelkundige afweging van de professionele kennis van de zorgverlener, de voorkeuren, wensen en verwachtingen van de patiënt en het beste externe bewijsmateriaal dat vanuit systematisch onderzoek beschikbaar is. Met het ontwikkelen van evidence-based richtlijnen wordt de kwaliteit van de zorg nog verder verbeterd, omdat hiermee systematisch ontwikkelde aanbevelingen worden gegeven die zorgverleners en patiënten helpen bij beslissingen over passende zorg in specifieke situaties.

Inleiding

Er zijn drie termen voor therapietrouw: compliantie, adherentie en concordantie3. Compliantie verwijst naar de mate waarin een patiënt het door een zorgprofessional eenzijdig verstrekte therapieadvies opvolgt. Adherentie betreft de mate waarin het gezondheidsgedrag van een patiënt overeenkomt met adviezen van de zorgprofessional waar de patiënt mee heeft ingestemd. Bij concordantie gaat het om het bereiken van overeenstemming tussen zorgprofessional en patiënt over een in te stellen behandeling; het proces dat moet leiden naar therapietrouw. Voor de onderzoekslijn wordt therapietrouw algemeen gedefinieerd als de mate waarin de patiënt zijn behandeling uitvoert in overeenstemming met de afspraken die hij heeft gemaakt met zijn behandelaar 4.

Alle pogingen ten spijt om de ‘best mogelijke zorg’ te bieden, blijken patiënten regelmatig therapieontrouw te zijn. Bijvoorbeeld: 50% van de patiënten met een chronische aandoening gebruikt hun medicatie niet zoals is voorgeschreven. Hierdoor wordt in de Verenigde Staten jaarlijks voor meer dan 100 miljoen dollar besteed aan onnodige ziekenhuisopnames5. De Wereldgezondheids-organisatie stelt dat een effectieve therapietrouwbevordering een veel groter effect zal hebben op de volksgezondheid dan de steeds verdergaande verbeteringen van medische behandelingen6.

Het therapieontrouw zijn is soms begrijpelijk. Zo kunnen patiënten ernstige bijwerkingen ondervinden van hun behandeling en er daarom bewust voor kiezen deze niet te ondergaan. Helaas kunnen ook factoren als onwetendheid of een matige motivatie, bijvoorbeeld door het uitblijven van verbetering van de gezondheids-status, resulteren in therapieontrouw. Dit kan allerlei gevolgen hebben, zoals een vermindering van de kwaliteit van leven, minder goede gezondheidsuitkomsten voor de patiënt en extra kosten voor de maatschappij.
 
Beperkte therapietrouw is niet alleen een probleem dat speelt bij patiënten. Zorgprofessionals kunnen niet-adherent zijn aan evidence-based richtlijnen of zorgorganisaties kunnen niet-adherent zijn aan de evidence-based protocollen die zijn opgesteld door bijvoorbeeld een overkoepelende beroepsorganisatie. De onderliggende motivatie is ook hier verschillend; zorgverleners kunnen bijvoorbeeld van mening zijn dat zij zelf betere zorg verlenen dan een richtlijn voorschrijft (wat bijvoorbeeld in expertisecentra ook best het geval kan zijn). Door de praktijkvariatie die zo ontstaat, wordt het echter niet duidelijk of patiënten wel de ‘best mogelijke zorg’ krijgen.

Verschillende kenmerken van de patiënt (bijvoorbeeld ziekteperceptie), het gezondheidszorgsysteem (bijvoorbeeld de relatie tussen zorgverlener en patiënt), de zorgverlener (bijvoorbeeld ervaring), de interventie en de zorginstelling of -organisatie worden in verband gebracht met therapie(on)trouw7. Kennis en inzicht in deze ziektegerelateerde, economische, psychologische en sociale factoren kunnen bijdragen aan het verbeteren van de therapietrouw, waardoor de zorg mogelijk doelmatiger wordt en betaalbaar blijft.

Onderzoeksveld:

Eigen omgeving/Werkveld docent/Werkveld student/Anders

Voorbeeld onderzoeksvragen:
  1. Vanuit het perspectief van de patiënt: Hoe kan de compliantie met de voorgestelde behandeling worden geoptimaliseerd?
  2. Vanuit het perspectief van de zorgverlener: Hoe kan adherentie met een evidence-based richtlijn worden verbeterd en kan ongewenste praktijkvariatie worden voorkomen?
  3. Vanuit het perspectief van de zorginstelling: Hoe kunnen nieuwe richtlijnen en/of protocollen het beste worden geïmplementeerd?
Voorbeeld vraagstellingen:
 
Oefentherapie bij chronische aspecifieke lage rugpijn is een werkzame interventie. Hoe komt het dat de patiënten de oefeningen niet zelfstandig blijven uitvoeren (risicofactoren, etiologie)?

Is motivational interviewing bij patiënten met chronische aspecifieke lage rugklachten een effectieve interventie om de compliance met oefentherapie te verbeteren ten opzichte van standard care?

Binnen deze onderzoekslijn heeft de lector het volgende specifieke onderzoeksthema geïnitieerd: verbeteringen in het kader van therapietrouw handelen.
Bronverwijzing
  1. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2012). De zorg: hoeveel extra is het ons waard? Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2012/06/12/rapport-de-zorg-hoeveel-extra-is-het-ons-waard
  2. Guyatte, G., Rennie, D., Meade, M.O. & Cook, D.J. (2008). Users’ guide to the medical literature. Manual for evidence-based clinical practice. Chicago: AMA Press.
  3. Stichting NIVEL (2017). Therapietrouwmonitor. Laatst geraadpleegd 29-08-2017 op http://www.therapietrouwmonitor.nl/achtergrond-therapietrouw
  4. Westein, M. (2008). Tijd voor een beter gebruik van medicijnen. Aanbevelingen voor een samenhangende en gecoördineerde aanpak van therapietrouw. Utrecht: NPCF.
  5. Egede, L.E., Gebregziabher, M., Dismuke, C.E., Lynch, C.P., Axon, R.N., Zhao, Y. & Mauldin, P.D. (2012). Medication nonadherence in diabetes: longitudinal effects on costs and potential cost savings from improvement. Diabetes Care, 35(12), 2533-2539.
  6. Sabaté, E. (2003). Adherence to long-term therapies. Evidence for action. Geraadpleegd van http://apps.who.int/medicinedocs/pdf/s4883e/s4883e.pdf
  7. Horne, R., Weinman, J., Myers, L.B. & Midence, K. (red.). (1998). Predicting treatment advice: an overview of theoretical models. Amsterdam: Harwood publishers.

Vraag de nieuwe studiegids 2019-2020 aan

Wilt u nog beter worden in uw werk? Doorgroeien naar een hogere functie? Of bent u toe aan een carrièreswitch? Als de grootste opleider van werkend Nederland bieden wij opleidingen op ieder niveau in vrijwel elke branche. Dankzij onze maximale flexibiliteit, praktijkgerichte opleidingen, topdocenten uit de praktijk en leslocaties door heel Nederland is er altijd wel een opleiding die bij u en uw situatie past. Vraag nu de studiegids 2019-2020 aan of bekijk het vernieuwde aanbod op onze website.

Opleidingsadvies op maat?

Onze deskundige opleidingsadviseurs zijn telefonisch bereikbaar van maandag t/m donderdag van 08.00 tot 21.00 en op vrijdag van 08.00 tot 17.00 en via WhatsApp op werkdagen tussen 10:00 en 16:00.