Groenboek klimaat- en energiebeleid 2030

De EU heeft een duidelijk kader om haar energie- en klimaatbeleid tot 2020 richting te geven. Dat kader integreert verschillende beleidsdoelstellingen zoals broeikasgasemissiereductie en het waarborgen van de continuïteit van de energievoorziening met de bevordering van de groei, het concurrentievermogen en de werkgelegenheid op een technologisch hoogstaande, kosteneffectieve en efficiënte manier.

Deze beleidsdoelstellingen worden verstrekt door drie kernstreefwaarden op het gebied van de broeikasgasemissiereductie, hernieuwbare energie en energiebesparing. Daarnaast zijn er aanvullende streefwaarden voor energieverbruik in de vervoerssector. Tegelijkertijd heeft de EU een regelgevingskader opgezet om een open, geïntegreerde en concurrerende interne markt te helpen creëren, die de continuïteit van de energievoorziening bevordert. Hoewel de EU goede vooruitgang boekt bij de verwezenlijking van de streefwaarden voor 2020, de totstandbrenging van de interne markt voor energie en het behalen van andere doelstellingen van het energiebeleid, moet nu worden nagedacht over een nieuw kader voor klimaat- en energiebeleid voor 2030.

2030

Een spoedig akkoord over het kader voor 2030 is om drie redenen belangrijk:

  1. ten eerste hebben investeerders vanwege de lange investeringscycli _ infrastructuur waar binnenkort in geïnvesteerd wordt, zal in (en na) 2030 nog bestaan _ zekerheid nodig, en grotere regelgevingzekerheid,
  2. ten tweede zal het verduidelijken van de doelstellingen voor 2030 bevorderlijk zijn voor een concurrerende economie en een grotere continuïteit van de energievoorziening, door meer vraag te scheppen naar efficiënte en koolstofarme technologieën en door onderzoek, ontwikkeling en innovatie te stimuleren, wat nieuwe mogelijkheden kan scheppen voor banen en groei. Dit vermindert zowel direct als indirect de economische kosten;
  3. ten derde wordt, ondanks het moeizame verloop van de onderhandelingen over een juridisch bindende internationale overeenkomst inzake klimaatverandering, nog steeds gerekend op een internationale overeenkomst voor het einde van 2015. De EU zal voor die tijd interne overeenstemming moeten bereiken over een aantal kwesties, met inbegrip van haar eigen ambities, om actief te kunnen deelnemen aan de wisselwerking met andere landen.

Waarom?

Het kader voor 2030 moet ambitieus genoeg zijn om de EU in de gelegenheid te stellen de langeretermijnklimaatdoelstellingen te bereiken. Maar in het kader moet ook rekening worden gehouden met een aantal belangrijke ontwikkelingen die zich sinds het overeenkomen van de oorspronkelijke kaderrichtlijn, in 2008/2009, hebben voorgedaan, waaronder:

  • de gevolgen van de huidige economische crisis;
  • de problemen die lidstaten en bedrijven ondervinden bij het vrijmaken van middelen voor langetermijninvesteringen;
  • de veranderingen op de Europese en mondiale energiemarkten, onder meer met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen, onconventione(e)l(e) gas en olie, en nucleaire energie;de bezorgdheid bij huishoudens over de betaalbaarheid van energie en bij bedrijven over het concurrentievermogen, en
  • de verschillen in het engagement en de mate van ambitie van de internationale partners om broeikasgasemissies te verminderen.

Het kader voor 2030 moet steunen op de lessen uit het huidige kader: wat werkte, wat niet werkte en wat verbeterd kan worden. Het moet rekening houden met de internationale ontwikkelingen en moet internationale actie op klimaatgebied stimuleren. En het moet aangeven wat de beste manier is om tot een maximale synergie te komen en compromissen te vinden tussen de doelstellingen op het gebied van concurrentievermogen, continuïteit van de energievoorziening en duurzaamheid.

Wat zijn de doelstellingen?

Het kader moet ook rekening houden met de langeretermijnvisie die de Commissie in 2011 heeft uiteengezet in haar Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050, het Stappenplan Energie 2050, en het Witboek vervoer. Het Europees Parlement heeft resoluties over elk van de routekaarten/stappenplannen aangenomen. Deze plannen zijn ontwikkeld in lijn met de doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80- 95 % te hebben verminderd, vergeleken met de niveaus van 1990, als onderdeel van de noodzakelijke gezamenlijke inspanningen van de ontwikkelde landen. De scenario's in deze documenten wijzen op de volgende belangrijkste bevindingen:

  • om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80-95 % te hebben teruggedrongen _ wat overeenstemt met de internationaal overeengekomen doelstelling om de atmosferische opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2 °C _ zou de uitstoot van broeikasgassen in de EU tegen 2030 met 40 % verlaagd moeten worden;
  • een groter aandeel aan hernieuwbare energie, verbetering van de energie-efficiëntie en een betere en slimmere energie-infrastructuur zijn opties voor de omvorming van het energiesysteem van de EU waar niemand spijt van hoeft te hebben ("no regrets"-opties);
  • het aandeel van hernieuwbare energie zal in 2030 volgens de beleidsscenario's in het Stappenplan Energie 2050 ongeveer 30 % moeten bedragen;
  • aanzienlijke investeringen zijn nodig om het energiesysteem te moderniseren, al dan niet met vermindering van de koolstofgehalten, en dit zal gevolgen hebben voor de energieprijzen in de periode tot 2030.

Het doel van dit groenboek is de belanghebbenden te raadplegen en informatie en standpunten te verzamelen ter ondersteuning van de ontwikkeling van het kader voor 2030. Eerst wordt een overzicht gegeven van het huidige kader en van de verworvenheden daarvan, vervolgens komen de kwesties aan bod waar de inbreng van de belanghebbenden wordt gevraagd. De Commissie voert tegelijkertijd overleg over kwesties in verband met de internationale onderhandelingen inzake een nieuwe juridisch bindende overeenkomst voor klimaatactie en over haar beleid om te laten zien waar de technologie voor het afvangen en opslaan van koolstof toe in staat is.

Bron: Rehva.eu