Hoe beleven wij stralingsrisico’s?

Madame Curie, pionier van de radioactiviteit, reisde in 1911 per trein van Parijs naar Leiden met 2 radiumbronnen in haar koffer. Inmiddels zijn wij ons meer bewust van de stralingsrisico’s. Maar in welke mate en is dit voldoende? De hoeveelheid natuurlijke straling waaraan we jaarlijks blootstaan bedraagt 2 millisievert (mSv).

Ook schrikken maar weinig mensen terug voor een röntgenfoto bij de tandarts, die goed is voor 0,2 mSv extra straling. Een panoramafoto van het hele gebit kan wel 10 mSv extra straling opleveren. Dan is een discussie over nut en noodzaak van 1 of meer foto’s wél op zijn plaats. De toepassing van de röntgenstraling werd door Wilhelm Röntgen ontdekt in 1895. Toen was er nog amper perceptie van een risico. De wetenschappelijke fascinatie van deze straling overheerste. Het kwantificeren van het risico van röntgenstraling en van radioactieve stoffen kwam pas goed op gang na de tweede wereldoorlog met de oprichting van de beroepsverenigingen.

Onderzoek elektrogevoeligheid

Voor blootstelling aan elektromagnetische straling van zendmasten of huishoudelijke apparatuur zijn een aantal mensen gevoelig. Hun klachten zijn niet specifiek en variëren van vermoeidheid, hoofd-, spier– en gewrichtspijnen tot slapeloosheid en hartkloppingen. Het aantal mensen dat gezondheidsklachten ervaart in de buurt van elektromagnetische bronnen kan - volgens buitenlandse schattingen - oplopen tot 8% van de bevolking. Om die klachten te onderzoeken hebben mensen die zich elektrogevoelig noemen, meegewerkt aan diverse onderzoeken. Zij werden in een experimentele laboratorium situatie blootgesteld aan  elektromagnetisch velden. Men hoopte aan te tonen, dat deze groep mensen elektromagnetische velden kan waarnemen of aan hun klachten de blootstelling aan straling kan merken. Identificatie als elektrogevoeligen is in deze experimentele setting tot nu toe niet gelukt. Een goed overzicht over de stand van zaken op Europees niveau is te vinden in het Kennisbericht Elektrogevoeligheid van het Kennisplatform Elektromagnetische velden. Juist omdat het onderzoek zich afspeelt op de grens van de detectiemogelijkheden kan de maatschappelijke discussie over elektromagnetische straling hoog oplopen. Met name het plaatsen van zendmasten leidt regelmatig tot felle locale discussies. Een gerechtelijke uitspraak blijkt echter maar zelden te helpen om de partijen bij elkaar te brengen.

Ioniserende straling

Ioniserende straling zoals röntgenstraling en straling van radioactieve stoffen staan veel minder in de schijnwerper van de maatschappelijke discussie wat betreft de schadelijke biologische effecten. Het spectrum van elektromagnetische straling, zoals bijvoorbeeld UV-licht, microgolven van de magnetron, radargolven en radiogolven, worden aangeduid als niet-ioniserende straling. Door de zeer locale energieoverdracht van ioniserende straling ontstaat puntschade door de splitsing in tegengesteld geladen delen (ionen) van vitale celcomponenten zoals het DNA. Niet-ioniserende straling concentreert de energieoverdracht niet in 1 punt, maar draagt de energie gelijkmatig over aan de hele celinhoud te vergelijken met  het koken van een ei. De energieoverdracht is gekoppeld aan de golflengte van de elektromagnetische straling. Hoe kleiner de golflengte hoe groter de schade van een lichaamsdeel dat wordt bestraald. Zichtbaar licht is een deel van het continue spectrum, dat loopt van röntgenstraling tot radiogolven. De overgang van ioniserende straling naar niet-ioniserende straling ligt bij 12 nanometer (1 nm = 0,000001 mm). Dat is de overgang van röntgenstraling naar UV-licht. Straling van zendmasten ligt in het radiogolvengebied met een golflengte van meer dan 30 cm. De elektromagnetische straling die veel radioactieve stoffen uitzenden, wordt gammastraling genoemd. De golflengte van gammastraling is vele malen kleiner dan van röntgenstraling.  Behalve gammastraling zenden veel radioactieve stoffen deeltjes uit met hoge energie in de vorm van alpha-, bèta- of neutronenstraling. Ook die deeltjes behoren tot ioniserende straling.

Rechtvaardiging en acceptatie

Een aantal toepassingen uit het verleden zijn nu verboden. Ook de aard van de toepassingen zijn opnieuw kritisch bekeken. Door voortschrijdend inzicht is de geabsorbeerde stralingsdosis voor radiologische werkers in heel Europa naar beneden bijgesteld met een factor 2,5 tot 20 mSv per jaar. En is bijvoorbeeld de zogenoemde fluoroscoop (röntgentoestel voor voetmetingen bij kinderen) als niet gerechtvaardigde handelingen aangemerkt  en vervolgens uit de schoenwinkels verdwenen. Het begrip rechtvaardiging wordt op internationaal niveau beschouwd als uitgangspunt van beleid voor het zorgvuldig omgaan met ioniserende straling. Bij het introduceren van een nieuwe toepassing van ioniserende straling moeten bij de aanvraag van een vergunning de voor- en nadelen worden afgewogen niet alleen voor de gebruiker zelf maar ook tegen het licht van het maatschappelijk belang. De toepassingen die nu maatschappelijk geaccepteerd zijn als standaard toepassingen, staan als gerechtvaardigde handelingen vermeld in de nadere regelgeving  Bekendmaking rechtvaardiging gebruik van ioniserende straling van 2002, behorend bij de Kernenergiewet.

Voorzorgsmaatregelen

Medische toepassingen zijn niet wettelijk gebonden aan een dosislimiet als toegestane bovengrens van blootstelling aan straling. Binnen de grenzen van de vergunning heeft de medicus veel vrijheid van handelen voor het toedienen van een therapeutische  stralingsdosis aan patiënten. Bij bestraling van tumorweefsel  is de dosis gauw een factor 1000 keer hoger dan een diagnostische dosis voor het maken van een foto. Voor het behandelende medische team staat zorgvuldigheid voorop zowel bij de medische afweging als bij de technische uitvoering van de bestraling. Daar mag de patiënt ook stilzwijgend op vertrouwen in Nederland. Dat neemt niet weg dat elke patiënt het recht heeft om vragen te stellen aan de arts over de voorzorgsmaatregelen om onbedoelde bestraling van gezond weefsel zoveel mogelijk te vermijden. De voorzorgsmaatregelen voor de omgeving zijn wel wettelijk vastgelegd. Ter bescherming van het medische personeel en van de bezoekers kan de afschermende betonnen muur van de bestralingsruimte wel 80 cm dik zijn als waarborg dat mensen in de omgeving van de patiëntenruimte niet meer 1 mSv ontvangen. Dat is dus de helft van de natuurlijke jaardosis. Dankzij het feit, dat deze maatregel zo concreet is en goed uit te leggen is, wordt het stralingsrisico van de medische toepassingen maatschappelijk geaccepteerd. Ook de grote productie van radiofarmaca in Petten en Eindhoven genieten een grote maatschappelijke acceptatie. Ook al is het stralingsrisico van niet-ioniserende straling klein ten opzichte van ioniserende straling, een lange weg moet nog worden afgelegd om het niveau van het aanvaardbare risico van de niet-ioniserende straling vast te stellen en maatschappelijk te accepteren.

Door: Frans van Schaik, stralingsdeskundige.    

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant