Verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd

Op 10 juli 2012 heeft een meerderheid van de parlementsleden in de Eerste Kamer ingestemd met het verhogen van de AOW-leeftijd zoals deze in het Lenteakkoord is opgenomen. De leeftijd waarop iemand recht heeft op een AOW-uitkering, gaat geleidelijk omhoog. Dit om mensen die dicht tegen hun pensioen aan zitten, tegemoet te komen.

Vanaf 2013 tot 2019 wordt de ingangsdatum van de AOW-uitkering steeds met enkele maanden verhoogd. In 2019 is de AOW-gerechtigde leeftijd 66 jaar. Dat loopt geleidelijk verder op, tot 67 jaar in 2023. Daarna stijgt de AOW-leeftijd met de levensverwachting. Wanneer iemand in 2012 65 jaar wordt, gaat zijn AOW-uitkering op zijn verjaardag in. Vanaf 2013 verschuift de ingangsdatum van de AOW-uitkering. Onderstaande tabel geeft weer wanneer de AOW-uitkering ingaat.

Met het naar voren halen van de verhoging van de AOW-leeftijd vervalt een aantal maatregelen uit het pensioenakkoord dat het kabinet in juni 2011 met de sociale partners had gesloten. Dit betreft onder meer de mogelijkheid om de AOW flexibel op te nemen, de verlenging van de overbruggingsuitkering IOW en de extra verhoging van het AOW-bedrag. Het kabinet schaft ook de werkbonussen voor werknemers en werkgevers af. De nieuwe mobiliteitsbonus voor 55-plussers - onderdeel van het Vitaliteitspakket - wordt niet ingevoerd. Wel wordt de mobiliteitsbonus voor werkgevers, die uitkeringsontvangers vanaf 50 jaar in dienst nemen, verhoogd van € 6.500 naar € 7.000 per jaar. Deze bonus geldt voor maximaal drie jaar. Wijziging fiscale regels voor het aanvullend pensioen De fiscale regels voor het aanvullend pensioen (Witteveenkader) worden als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd ook gewijzigd. De pensioenleeftijd – waarmee gerekend wordt – gaat naar 67 jaar in 2014. De opbouwpercentages – de jaarlijkse stapjes waarmee iemand aanvullend pensioen opbouwt – gaan in 2014 van jaarlijks 2 naar 1,9 procent (eindloonregelingen) of van 2,25 naar 2,15 procent (middelloonregelingen). Opgebouwde pensioenrechten blijven intact. Vanaf 2014 gaat het nieuwe regime in. Werkenden die zijn aangesloten bij een pensioenfonds bouwen vanaf dat moment jaarlijks minder nieuwe rechten op.

Vindplaats

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/algemene-ouderdomswet-aow/verhoging-aow-leeftijd - Ministerie van FinanciĆ«n 3-7-72012, nr AFP/2012/445, 6-7-2012, nr AFP/2012/455 - Eerste Kamer 2-7-2012, 3390, nr C  

Aandachtspunten adviseur
 

  • De Raad van State heeft gewaarschuwd tegen een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd. Dit gaat, in haar ogen, leiden tot hoge uitvoeringskosten en complexe aanpassing van andere regelgeving. Tenslotte hebben mensen die in 2013 t/m 2016 de AOW-leeftijd bereiken, weinig tijd om aanvullende voorzieningen te treffen.
  • Tussen 2013-2015 worden naar schatting jaarlijks 60.000 tot 80.000 mensen in VUT- of prepensioenregelingen geconfronteerd met de hogere AOW-leeftijd. Deze mensen hebben weinig mogelijkheden om de inkomensterugval op te vangen en zullen dus iets in hun cbi moeten doen. Eventueel kunnen ze beroep doen op de (bijzondere) bijstand, als zij aan de voorwaarden voldoen.
  • Met de AOW wordt ook de pensioendatum aangepast. Dat betekent dat het pensioen ook later ingaat. Eerder mag straks wel, maar de uitkering wordt dan wel actuarieel herrekend. - Er zal verder nog een groot aantal regels moeten worden aangepast. Denk hierbij aan de aanpassing (naar beneden) van de opbouw per der dienstjaar. Voor partner- en wezenpensioen wordt de opbouwruimte eveneens verlaagd. Ook de beschikbare premiestaffels worden verlaagd. In het kader van de verhoging van de AOW- en pensioengerechtigde leeftijd wordt de formule van de jaarruimte en inhaaljaarruimte ook aangepast. Dat betekent een verdere versobering van de  lijfrente- en bankspaarfaciliteiten (minder ruimte voor fiscale aftrek).

Ten slotte 

Overgangsmaatregelen voor mensen die weinig mogelijkheden hebben om het verlies aan inkomen te compenseren Mensen die te weinig inkomen hebben door de verhoging van de AOW-leeftijd, kunnen een beroep doen op de (bijzondere) bijstand, als zij aan de voorwaarden voldoen. Ook kunnen zij een voorschot in de vorm van een renteloze lening krijgen bij de Sociale Verzekeringsbank. Deze regeling loopt door tot en met 2015 en ziet er als volgt uit: - in 2013 kan iemand 1 maand AOW lenen. Dit bedrag wordt in de 6 maanden daarna afgetrokken van de AOW-uitkering; - in 2014 kan iemand een bedrag gelijk aan 2 maanden AOW lenen, waarna in 1 jaar het bedrag van de AOW-uitkering wordt afgetrokken; - in 2015 kan iemand 3 maanden AOW-uitkering lenen. De AOW-uitkering wordt anderhalf jaar gekort om de lening terug te betalen. Voorts zal de AOW-partnertoeslag, die in 2015 verdwijnt, enkele maanden langer doorlopen. Dat geldt alleen voor de mensen die mogelijk door de eerdere verhoging van de AOW-leeftijd opeens niet meer de partnertoeslag ontvangen en daar wel op gerekend hebben.