Meer BRZO-plichtige bedrijven in 2015

Bedrijven die in grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen produceren of opslaan, moeten voldoen aan het Besluit Risico’s Zware Ongevallen 1999 (BRZO). Dit besluit is een afgeleide van de Europese Seveso II-richtlijn ter voorkoming van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. In 2012 is die Seveso-richtlijn geactualiseerd en aangepast aan de CLP-verordening (Classification, Labelling and Packing). Op 1 juni 2015 moeten alle lidstaten van de EU – dus ook Nederland – deze nieuwe Seveso III-richtlijn hebben geïmplementeerd.

De twee lijsten in bijlage I van de richtlijn, waarin de drempelwaarden van stoffen, categorieën stoffen, mengsels en preparaten zijn opgenomen, zijn gewijzigd en uitgebreid. Het gevolg hiervan is dat het aantal BRZO-plichtige bedrijven in Nederland sterk zal toenemen.

Welke verplichtingen heeft een BRZO-plichtig bedrijf?

Een BRZO-plichtig bedrijf moet:

  • De inrichting: Een preventiebeleid ten aanzien van zware ongevallen opstellen en toepassen
  • Een veiligheidsbeheerssysteem invoeren
  • Het bevoegd gezag informeren over o.a. de aard en de hoeveelheid aanwezige gevaarlijke stoffen. Dit moet binnen een jaar na het in werking treden van het BRZO plaatsvinden één bij significante wijzigingen
  • Informatie uitwisselen met naburige bedrijven die het risico of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten. Het zogeheten domino-effect.

‘Hogedrempel-inrichtingen’ ofwel ‘VR-plichtig bedrijven’ moeten daarbij ook:

  • Een veiligheidsrapport opstellen
  • Een intern noodplan opstellen en implementeren
  • De stoffenlijst actueel en beschikbaar houden.

Volgens de nieuwe Seveso III-richtlijn komen daar per 1 juni 2015 de volgende maatregelen bij:

  • Lagedrempel-inrichtingen worden voortaan minimaal eens in de drie jaar geïnspecteerd. Voor hogedrempel-inrichtingen is dat conform het huidige BRZO minstens eenmaal per jaar
  • Lagedrempel-inrichtingen moeten duidelijke en begrijpelijke informatie verstrekken, onder meer via internet, over de activiteiten en de risico’s van het bedrijf, inclusief wat te doen in geval van een calamiteit. Voor de hogedrempel-inrichtingen gelden extra verplichtingen rondom de informatievoorziening.