Wat maakt techniek in 2014 aantrekkelijk voor jongeren?

Het is een kwestie van Imago!

Ongetwijfeld zijn er voldoende jongeren met aanleg voor een technisch beroep. Maar techniek heeft voor teveel jongeren een negatief imago. Daardoor kiezen maar weinig jongeren voor een technische (vervolg)opleiding en nog minder voor een technisch beroep. Bovendien zien we dat het aantal meisjes dat voor techniek kiest uitermate klein is. Het gevolg is duidelijk: een groot tekort aan technisch opgeleide technici. Naar verwachting circa 170.000 in 2016. De technische branche maakt zich terecht zorgen!

Hoe is dit gekomen?

De aanduiding 'techneut' klinkt bij velen niet erg aantrekkelijk. Onderzoek toont aan dat voor de beeldvorming van jongeren drie factoren belangrijk zijn: de directe omgeving, de school en de media. Op al deze terreinen zien we dat het imago van techniek schade lijdt:

  • De directe omgeving ziet techniek vaak als mannelijk, je hebt er spierballen voor nodig. Het is vies werk en je loopt de hele dag in een overall. Het is altijd hard werken. Het past niet bij deze tijd.

  • Scholen hebben in het algemeen weinig met techniek. Het begint al op de Pabo. Daar worden leerkrachten opgeleid die veelal niets met techniek hebben. Wat mag je dan verwachten van het primair onderwijs? Ook de technische betrokkenheid van docenten in het middelbaar onderwijs is over het algemeen laag. Recent onderzoek toont dat zelfs bij het technasium veel medewerkers aangetrokken worden die niets met techniek hebben. Bovendien is het voor de onderwijsinstelling duur en dus minder aantrekkelijk om technische onderwijsruimten in te richten.

  • Media schilderen technici zelden positief af. Als er al technici in beeld komen, zoals bij de reclame voor wasmiddelen, is hij de saaie technicus achter de wasmachine. Met witte jas, grote bril en onbegrijpelijk jargon. Bepaald niet sexy. Of de TV-serie 'Big Bang Theory' waar een stel autistische nerds ook geen aantrekkelijk rolmodel voor beta’s vormen.

In een filmportret dat voor deze lezing gemaakt is, komen jongeren zelf aan het woord. Als hen gevraagd wordt waarom ze voor techniek gekozen hebben -of waarom juist niet- geeft een meerderheid aan dat mensen in hun directe omgeving van grote invloed zijn. Met name de vader. Als hij zijn kind betrekt bij zijn technische beroep of hobby werkt dat in het voordeel, anders in het nadeel. Eén jongere zegt dat hij echt niet de techniek in wil omdat zijn technische vader nooit thuis is. Vrouwen/moeders worden zelden als technisch voorbeeld genoemd.

Wat jongeren zelf zeggen… (filmportretten)

  • Rob (15, vmbo-3, wil hovenier worden) zegt: "Ik vind techniek gewoon niet zo leuk, ik ben liever buiten." Wat of wie heeft de technische interesse van Rob geblokkeerd? Gaat Rob er vanuit dat techniek zich altijd binnenshuis afspeelt? Beseft Rob hoeveel techniek hij gaat gebruiken als hij eenmaal hovenier is?

  • Barbara (17, vwo-5, gaat volgend jaar medicijnen studeren): “We hadden best wel interesse in techniek, om iets met onze handen te doen, maar een plaatje metaal afknippen en stom gaatjes boren boeide niemand!“ Barbara en de andere geïnterviewde jongeren hebben allemaal een smartphone en zijn daaraan verslaafd. Toch koppelen ze het consumeren van techniek los van het werken in de techniek. Allen melden unaniem dat op de middelbare school de schaarse uren die besteed worden aan technische vakken stom, saai en onaantrekkelijk zijn.

  • Wilma (24, jongerenwerker) zegt: “Technische mensen zijn gewoon niet sociaal.” Hoeveel aandacht wordt in de technische opleidingen besteed aan sociale vaardigheden zoals communicatie, samenwerking, conflicthantering, onderhandelingsvaardigheden en bedrijfsvoering? Inderdaad: geen enkele aandacht! N.B. Omdat veel mensen met autistische kenmerken zich thuis voelen in de logische en geordende wereld van techniek zou juist tijdens de technische opleiding extra aandacht gegeven moeten worden aan persoonlijkheidsontwikkeling. Wilma zegt ook dat áls vrouwen eenmaal gaan kiezen voor techniek dat ze door hun communicatieve vaardigheden en enthousiasme ook veel beter in staat zullen zijn om anderen voor techniek te interesseren…!

Wat niet te doen?

Ook de overheid onderkent het probleem. Recent is het project ’Toptechniek in Bedrijf’ gestart met daarin 7 miljoen om te stimuleren dat meer jongeren voor techniek kiezen. Dit bedrag wordt verdeeld over 13 scholen om praktijkmaterialen aan te schaffen. Kansloos dus! Als de inzet is gericht op materialen maar niet gericht is op het verbeteren van het imago dan wordt ook dit geldbedrag verspild.

Wat dan wel?

Een verandering van het imago kost tijd. En moeite. We moeten ons realiseren dat er nog een flinke weg te gaan is. Er moet hard gewerkt worden aan de beeldvorming in de directe omgeving van de jongere, in de scholen, en in de media. Alleen een bewust, samenhangend en consequent beleid kan op termijn een imagoverandering teweegbrengen. Tot dusverre is geen enkel beleid hierop gericht!

Waar te beginnen?

Veel jongeren geven aan dat het helpt als er van jongs af aan meer techniek in hun omgeving beschikbaar is. Bijvoorbeeld een inloopwerkplaats in plaats van een hangplek. Het bedrijfsleven moet zich presenteren op de middelbare school. En ook naar het primair onderwijs komen. Betrek ouders! Niet alleen met clichés -de gepensioneerde man in overall- maar met appellerende voorbeelden, bijvoorbeeld begin twintigers die dankzij hun keuze voor techniek interessant en uitdagend werk hebben waar veel aandacht is voor opleiding tijdens hun carrière. Waar duidelijk wordt dat werken in de techniek ook schoon is en intelligent. Waar rolmodellen werken die een aanstekelijk voorbeeld vormen voor tieners in de keuzefase. Laat die rolmodellen gerust op hun zelfverdiende nieuwe motorfiets komen en noem maar salarissen en carrièrelijnen. Die begonnen zijn bij het vmbo.

Maar een goed product verkoopt zichzelf, toch…?

Nee. Het lijkt wel of het marketing begrip promotie overal is doorgedrongen behalve in de techniek. Technici worden nog vaak afgebeeld met een gereedschap in de vuile hand. In plaats van trots op het fraaie resultaat van hun handelen. Terwijl iedereen inmiddels weet dat je gaatjes moet verkopen en geen boortjes, dat kleding meer is dan bescherming tegen kou en regen. Praktisch toegepast zou het vak ‘Houtbewerking’ vervangen kunnen worden door ‘Wonen en werken’. En fotografeer een installateur eens niet in een bouwput maar bij een keurig afgewerkte Siemens keuken!

De Overheid?

Laat de overheid energie steken in het promoten van techniek. Geef creatieve reclamebureaus een kans. Zonder techniek staat immers alles stil. Zonder techniek komt niemand thuis. Daarentegen vergroot techniek ons woon-, werk- en vrijetijd-comfort, onze communicatiemogelijkheden, onze gezondheidsidealen en wat eigenlijk al niet meer?

En de scholen dan?

Tja…, hier liggen grote uitdagingen. De ivoren toren van het onderwijs beseft nauwelijks welke steken ze heeft laten vallen. Voor dit moment volstaat het om het regulier onderwijs niet als hopeloos af te doen. Maar het anti-techniek imago binnen het onderwijs moet krachtig bestreden worden, te beginnen bij de opleidingen voor docenten. Techniek is minstens zo belangrijk als taal en rekenen!

Wat kan ik zelf doen?

We kampen met een imagoprobleem. Maar er is niets mis met techniek! Dus zijn er ambassadeurs nodig die trots en consequent tonen dat techniek het vak van de toekomst is. U bent die ambassadeur! Wil je meer weten over Meet- en Regeltechniek. Bekijk onze opleiding Meten en meetinstrumenten (PIT1)

Door: Ing. Menno Bons, bekleedt verschillende functies in de technische automatisering en ICT. Daarnaast is hij freelance docent/auteur, opleidingskundige en coach.