7 struikelblokken in klimaattechniek

Klimaatinstallaties functioneren niet optimaal

Uit onderzoek is gebleken dat in 70% van de gebouwen de klimaatinstallatie niet optimaal functioneert. Het niet goed functioneren van deze installaties heeft twee effecten. Ten eerste verbruikt een gemiddelde klimaatinstallatie 25% te veel energie. Ten tweede resulteert een niet goed functionerende installatie in comfortklachten. Door het functioneren van klimaatinstallaties te verbeteren kan men een mes dus aan twee kanten laten snijden.

Geen ontwerpfout gemaakt

Wat zijn nou de oorzaken van dit niet goed functioneren? In een beperkt aantal gevallen blijkt het disfunctioneren terug te voeren op het ontwerp. In de meeste gevallen zijn problemen terug te voeren op beheer en onderhoud. Naast financiële en organisatorische aspecten speelt ook de techniek en de “techneut” hierbij een belangrijke rol. Klimaatinstallaties worden nog te weinig op prestaties beoordeeld.

  • Vanuit ontwerp moeten allereerst de te verwachten prestaties eenduidig vastgelegd worden.
  • Daarnaast moeten in het ontwerp van de installatie (meet)voorzieningen worden opgenomen waarmee de prestaties, eventueel geautomatiseerd, gecontroleerd kunnen worden.
  • Tot slot moet bij de “techneut” die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud voldoende kennis aanwezig zijn. Aan kunde ontbreekt het meestal niet. Die kennis is nodig om het functioneren van de installatie als geheel te kunnen beoordelen en eventueel bij te sturen. Sleutelbegrip hierin is het overzicht over het geheel. Een klimaatinstallatie functioneert in samenwerking met een gebouw en zijn bouwfysische eigenschappen en het gebruik van het gebouw.

Praktijkvoorbeeld

Een voorbeeld om dit te illustreren. Een servicemonteur krijgt een klacht doorgemeld dat mensen in een vertrek last hebben van tochtklachten. Men ervaart de toegevoerde ventilatielucht als te koud. Om de problemen te verhelpen verhoogt deze monteur het setpoint voor de temperatuur van de toevoerlucht in de centrale luchtbehandelingskast. De problemen in de betreffende ruimte zijn verholpen.

Oplossing

Het effect op het systeem als geheel is echter dat de vergaderruimtes te warm worden, waardoor de daar aanwezige lokale koeling meer energie gaat gebruiken. Verder zal de luchtbehandelingskast voor het gehele gebouw op jaarbasis een aanzienlijke hoeveelheid warmte extra vragen. Wanneer de monteur begrepen had dat het ruimtetemperatuursetpoint van 20°C voor de betreffende ruimte met alleen maar dames met bureauwerk te laag was en eerder tot tochtklachten zou leiden had hij door verhoging van alleen dit setpoint de klachten verholpen en alleen extra energiegebruik van de in de ruimte aanwezige radiator geïntroduceerd.

Kritisch zijn

Door het kritisch nalopen van alle instelleningen van een klimaatinstallatie, deze te vergelijken met ontwerpuitgangspunten, en het communiceren van de te verwachten prestaties en bedieninstructies naar eindgebruikers is een gemiddeld gebouw veel energie te besparen en is het aantal comfortklachten terug te dringen.

7 struikelblokken in klimaattechniek

Ter lering hieronder een opsomming van zeven regelmatig geconstateerde onvolkomenheden welke tot extra energiegebruik en comfortklachten kunnen leiden.

  1. Klokprogramma’s staan niet kritisch genoeg ingesteld. Met name ventileren kost veel energie!
  2. Verwarmen na zomernachtventilatie, de ruimte is toch “te koud”.
  3. Het op temperatuur houden van CV verdeler/verzamelaars, ook bij het ontbreken van warmtevraag in het gebouw. Moderne utilitaire gebouwen vragen boven buitentemperaturen van ca. 12-15° buiten geen warmte meer
  4. Regelkringen staan op “hand”.
  5. Ruimtetemperatuursetpoints voor koeling staan de laag ingesteld. 20°C ruimtetemperatuur in de zomer is echt niet prettig.
  6. Afwijkingen van temperatuursensoren.
  7. De naregeling meet na de interne verbouwing in de ene ruimte maar regelt het klimaat in de andere.