Controle op elektrische installatie aangepast

Volgens de NEN 3140 2e druk moeten elektrische installaties die reeds in gebruik zijn één keer per vijf jaar geïnspecteerd worden. Deze vaste termijn wordt niet meer genoemd in de 3e druk. De NEN 3140 3e druk geeft wel aan welke factoren meewegen in het vaststellen van de controle termijn.

Wanneer controleren?

Hoe vaak er gecontroleerd moet worden hangt af van verschillende factoren, die allemaal een bepaalde weging meekrijgen van het NEN. Het beantwoorden van onderstaande vragen levert per factor een aantal punten op. Tel deze punten op en lees de frequentie af in de tabel (zie grafiek bijlage V in de NEN 3140).

Door wie wordt de installatie gebruikt?

A1   
Door personeel met tenminste een elektrotechnische vakopleiding in de energietechniek of personen die op grond van hun opleiding en ervaring zelfstandig kunnen beoordelen of zij zelf, of anderen, veilig werken.(Wegingsfactor: 1)

A2   
Door niet specifiek elektrotechnisch opgeleid personeel, die in hun opleiding  wel geleerd hebben over de gevaren die verbonden zijn aan het werken met elektriciteit. (Wegingsfactor: 3)

A3    
Door ondeskundigen. (Wegingsfactor: 8)

A4   
Door studenten, cursisten, leerlingen, practicanten. (Wegingsfactor: 10)

Mochten zij een elektrotechnische vakopleiding volgen kunnen zij afhankelijk van de voortgang van de studie gelijk worden gesteld aan A1 of A2.

Hoe is de kwaliteit gelet op de veiligheid van de installatie?

B1   
Aanzienlijk beter dat de minimale kwaliteit volgens de jongste elektrotechnische normen. (Wegingsfactor: 1)

B2   
Voldoet aan de jongste elektrotechnische normen. (Wegingsfactor: 2)

B3   
Voldoet aan de normen die bij de aanleg van toepassing waren en er zijn aanvullende veiligheidsvoorzieningen aangebracht. (Wegingsfactor: 4)

B4   
Voldoet aan de normen die bij de aanleg van toepassing waren. (Wegingsfactor: 7)

B5   
Installatie geeft aan of geeft het vermoeden dat ze niet aan de normen voldoet. Er zijn echter geen gevaarlijke situaties aanwezig. (Wegingsfactor: 15)

NB: Gevaar moet ten alle tijden worden vermeden. Bij gevaarlijke situaties dient men meteen oplossingen te zoeken.

Hoe is de omgeving van de installatie?

C1    
De omgeving is schoon en droog, bevat geen explosieveof corrosieve gassen, levert geen brandgevaar ten gevolge van stof op en is vrij van transportmiddelen of zware materialen. (Wegingsfactor: 1)

C2    
De omgeving is schoon en droog, bevat geen explosieve of corrosieve gassen, levert geen brandgevaar ten gevolge van stof op. Er wordt in de omgeving wel gebruik gemaakt van  transportmiddelen of zware materialen. (Wegingsfactor: 4)

C3    
De omgeving is niet schoon en droog, levert brandgevaar ten gevolge van stof op en bevat explosieve of corrosieve gassen. (Wegingsfactor: 7)

C4    
De omgeving is een zware industriële omgeving waarin voortdurend gevaar aanwezig is. De veiligheid wordt aangetast door vocht, brandbaar materiaal, stof, corrosieve of explosieve gassen en dampen. Daarnaast wordt er in de omgeving van de installatie gewerkt met transportmiddelen of zware materialen waardoor de installatie of ander materieel kan worden beschadigd. (Wegingsfactor: 10)

Wat is de mate van toezicht op de installatie?

D1   
Er is regelmatig toezicht door de installatieverantwoordelijke. (Wegingsfactor: 5) D2    Er is zeer weinig toezicht door de installatieverantwoordelijke. (Wegingsfactor: 15)

Bij wie kan letselschade ontstaan door falen van de installatie?

E1    
Dat kan alleen de uitvoerenden treffen. (Wegingsfactor: 5)

E2    
Dat kan ook anderen treffen. (Wegingsfactor: 10)

Is er in de voorafgaande 10 jaren ooit gevaar of zelfs een ongeval gebleken bij het werken met de elektrische installatie?

F1    
Nooit enig gevaar gebleken ten gevolge van een defect. (Wegingsfactor: 1)

F2    
Wel een gevaar gebleken door een defect. (Wegingsfactor: 2)

F3    
Een ongeval gebleken met als gevolg geringe verwondingen waarvoor medische behandeling nodig is.  (Wegingsfactor: 5)

F4    
Een ernstig ongeval gebleken. (Wegingsfactor: 10)

F5    
Een dodelijk ongeval gebleken. (Wegingsfactor: 20)

Tel de behaalde punten uit factoren A t/m F op en lees in de tabel hieronder de frequentie af.

Totaal aantal punten = Frequentie van inspectie in jaren  

Totaal aantal punten Frequentie van inspectie per jaar Uitleg
14 14 1 X per 14 jaar inspecteren
20 10 1 X per 10 jaar inspecteren
30 7 1 X per 7 jaar inspecteren
40 5 1 X per 5 jaar inspecteren
50 3,5 1 X per 3,5 jaar inspecteren
60 2,5 1 X per 2,5 jaar inspecteren
70 1,8 1 X per 1,8 jaar inspecteren
80 1,5 1 X per 1,5 jaar inspecteren
 

Steekproefsgewijs inspecteren

Bij elektrische installaties die reeds in gebruik zijn is het toegestaan steekproefsgewijs te inspecteren. De te inspecteren delen moeten van hetzelfde bouwjaar en type zijn. Daarnaast moet de installatie onder dezelfde gebruiksomstandigheden worden gebruikt. Dit is het geval bij bijvoorbeeld wandcontactdozen en lichtarmaturen. Bij nieuwe elektrische installaties is een steekproefsgewijze manier van inspecteren niet toegestaan.

Bron: Euronorm.net

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant