Kabinetsmaatregelen 2014 voor HR op een rij

Het begrotingsakkoord voor 2014 is een mix van lastenverlichtingen om de koopkracht te stimuleren en structurelere maatregelen om bijvoorbeeld de werkgelegenheid op de lange termijn met 50.000 arbeidsplaatsen te versterken. Maar wat zijn de belangrijkste kabinetsmaatregelen voor het HR-vakgebied?

Het regeerakkoord is grotendeels gebaseerd op de verwachtingen dat in 2014 de economie een omslag maakt van krimp naar bescheiden groei, dat desondanks de koopkracht met 0,5% procent afneemt en dat de werkloosheid verder oploopt. Zo wordt onder andere de koopkracht verbeterd voor alle huishoudens in 2014 ten opzichte van de oorspronkelijke begroting van het kabinet, met name doordat het tarief in de 1e belastingschijf met 0,75 procentpunt is verlaagd. In de jaren na 2014 zal dat koopkrachteffect er niet meer zijn, omdat de 1e belastingschijf dan weer op het oude niveau terugkeert. Alle maatregelen gelden voor 2014, maar veel daarvan werken ook langer door.

Maatregelen om gezinnen financieel te ontzien

  • De maatregel waarbij de leeftijdsdifferentiatie in de kinderbijslag zou vervallen wordt volledig teruggedraaid.
  • De verhogingen van de bedragen voor het 1e en 2e kind in het kindgebonden budget worden gehalveerd. Voor een huishouden met kindgebonden budget en 2 kinderen tussen 6 en 11 jaar is het voordeel per saldo dan nog € 60. De voorgenomen kop voor alleenstaande ouders blijft gehandhaafd.
  • Er wordt 100 miljoen ingezet voor de kinderopvangtoeslag die zodanig wordt aangepast dat de marginale druk voor de midden en hogere inkomens wordt verlaagd.
  • De aanpassingen die de Algemene nabestaandenwet (Anw) tot maximaal een jaar zou beperken, is weer teruggedraaid en gaat dus niet door.

Maatregelen flexwerkers en WW’ers sneller ingevoerd

  • Het staat al in het Sociaal Akkoord, maar nu hebben de 5 partijen afgesproken de maatregelen voor Flexibel werk (per 1 juli 2014) en Ontslag (per 1 juli 2015) eerder in te voeren. Door deze aanpassingen van de nog in te voeren Wet werk en zekerheid komen flexwerkers eerder in aanmerking voor een vast contract en wordt het ontslagrecht sneller aangepast.
  • Werknemers hebben bij ontslag in de periode tussen 2 banen recht op de volgende voorzieningen. Allereerst de bestaande wettelijke opzegtermijn van 1 tot 4 maanden, afhankelijk van de duur van het dienstverband.
  • Daarnaast is de werkgever bij onvrijwillig ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract van minstens een jaar een vergoeding voor scholing in de vorm van een transitiebudget verschuldigd. De omvang van dit budget bedraagt een kwart maandsalaris per dienstjaar met een maximum van 4 maandsalarissen.
  • De duur van de WW-uitkering wordt maximaal 24 maanden: 12 maanden gerelateerd aan het laatstverdiende loon en 12 maanden gerelateerd aan het wettelijk minimumloon. In de eerste 10 jaar bouwen werknemers per gewerkt jaar 1 maand WW-recht op, daarna een halve maand per gewerkt jaar. Bestaande rechten voor wat betreft de opgebouwde jaren worden binnen het maximum van de nieuwe systematiek gerespecteerd.
  • Verder wordt al na 6 maanden (nu 12 maanden) voor WW'ers alle arbeid als ‘passend’ aangemerkt. Dit vergroot voor WW-gerechtigden het belang om snel werk op niveau te vinden. De invoering van dit onderdeel van het Sociaal Akkoord wordt met 1 jaar vervroegd naar 1 januari 2015.
  • Ook wordt de handhaving versterkt, zodat ook écht meer WW'ers eerder aan het werk gaan. Bovendien wordt de inkomstenverrekening vervroegd naar 1 januari 2015, zodat arbeid altijd meer loont dan een uitkering.

Maatregelen om algemene werkgelegenheid te stimuleren

  • In het akkoord is besloten tot lastenverlichting in 2014. Hiermee wordt de vraag naar arbeid bevorderd en het herstel van binnenlandse bestedingen ondersteund.
  • Om op korte termijn de bestedingen te stimuleren, wordt daarom het tarief van de 1e belastingschijf schijf in 2014 (voor iedereen) verlaagd.
  • Er wordt verder structureel 50 miljoen euro vrijgemaakt voor regionaal beleid, waardoor de economische bedrijvigheid in krimpregio’s wordt ondersteund.
  • De minister van SZW gaat onderzoeken of aanpassing van de arbeidstijd gunstige effecten heeft op de structurele werkgelegenheid en hoe dat geëffectueerd kan worden.

Maatregelen werkgelegenheid jongeren

  • De premiekortingsregeling voor uitkeringsgerechtigden wordt aangepast en meer gericht op het ondersteunen van de arbeidsmarktpositie van jongeren. In 2014 en 2015 zal 33% van het beschikbare budget voor de sectorplannen worden ingezet voor het bestrijden van de jeugdwerkloosheid. Hiermee wordt voortgebouwd op de aanpak van de ambassadeur jeugdwerkloosheid.
  • De minister van OCW zal in 2014 voorstellen doen om te zorgen dat leerlingen het onderwijs sneller en effectiever doorlopen. Want als scholieren het onderwijs sneller doorlopen, kan de Nederlandse arbeidsmarkt over meer goed opgeleid personeel beschikken.

Maatregelen werkgelegenheid ouderen

  • De werkbonus voor werkenden van 61 tot 64 jaar wordt vanaf 1 januari 2015 voor nieuwe gevallen afgeschaft. Voor bestaande gevallen blijft de werkbonus op het huidige niveau. Vanaf 2018 wordt de werkbonus volledig afgeschaft.
  • Er komt een ‘lichter arbeidsrechtelijk regime voor AOW-gerechtigden’, waardoor het eenvoudiger en aantrekkelijker moet worden om oudere werknemers in dienst te nemen (of te houden). Tegelijkertijd moet mogelijke verdringing van jongere werknemers door AOW-gerechtigden worden tegengegaan. Het kabinet stuurt de voorstellen hiervoor uiterlijk eind november 2013 naar de Tweede Kamer.
  • Sectoren krijgen geen geld voor werkgelegenheidsplannen als die vervroegde uittreding van ouder personeel omvatten, omdat dit niet past binnen een steeds ouder en steeds vitaler oud wordende samenleving, aldus het Kabinet.

Maatregelen arbeidsgehandicapten

  • Werkgevers in de marktsector stellen zich garant om in 2014 al 5000 mensen met een beperking aan het werk te helpen. Dit is een verdubbeling van de eerdere toezegging. De gemeenten moeten daarom haast maken met de oprichting van de werkbedrijven.
  • Als het creëren van banen voor arbeidsgehandicapten niet goed loopt, is er een stok achter de deur. Want de beoordeling of er alsnog een quotum moet komen, wordt al vroeger genomen, namelijk eind 2015.
  • Het UWV maakt een business case over hoe de kansen op de arbeidsmarkt voor bestaande WAO’ers kunnen worden vergroot.

Maatregelen voor ZZP’ers en ondernemingen

  • De verlaging van de zelfstandigenaftrek wordt geheel teruggedraaid, zodat ZZP’ers en zelfstandigen niet ineens veel meer belasting moeten gaan betalen.
  • Wel wordt daarnaast oneigenlijk gebruik van ondernemersfaciliteiten (bijvoorbeeld met schijnconstructies) beter aangepakt.
  • Het kabinet zet vaart achter een vrijwillige collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen.
  • Het box 2 tarief wordt in 2014 incidenteel verlaagd van 25% naar 22%, waardoor het aantrekkelijk wordt om winst uit te keren. Dit levert op korte termijn kasopbrengsten op en leidt in latere jaren tot derving.
  • Het verlaagde Btw-tarief van 6% voor bouw, renovatie en hoveniers geldt voor heel 2014 en stopt dus niet per 1 april 2014.
  • Arbeid wordt goedkoper gemaakt door het terugdraaien van de afbouw algemene heffingskorting in de 4e schijf. Het terugdraaien van deze maatregel zorgt voor een lastenverlichting van 480 miljoen euro en een daling van de marginale druk.
  • Ook door werkgeverspremies te verlagen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en het Algemeen Werkloosheidsfonds (awf) wordt arbeid goedkoper gemaakt.
  • Er komt een onderzoek naar knelpunten van loondoorbetaling bij ziekte en het ziekte- en arbeidsongeschiktheidsrisico voor werkgevers. Daarbij wordt bekeken of er meer solidariteit nodig is onder MKB-werkgevers, bijvoorbeeld door de verzekeringsgraad te verhoging met private herverzekering of collectieve fondsen voor MKB-werkgevers.
  • Het loon van ondernemers moet beter aansluiten op het loon dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van het werk. Dit gebruikelijk loon mag volgens huidige wetgeving tot 30% afwijken (lager zijn dan) van het ‘marktloon’. Dit percentage wordt per 2015 zodanig aangepast dat deze maatregel 150 miljoen euro oplevert.
  • Niet alleen voor bedrijven, maar wel van belang voor zakelijke autoparken: vanaf 2015 worden de CO2 grenzen voor de BPM verder aangescherpt. Verder blijft de accijnsverhoging van brandstof van kracht en gaat de geplande verlaging van de MRB niet door.

  Bronnen: Rijksoverheid.nl en Personeelsnet.nl.

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant