NS over safety, security en sociale veiligheid

Met 25.000 NS-medewerkers en dagelijks zo’n 1,2 miljoen reizigers is NS een enorm bedrijf dat op grootschalig niveau te maken heeft met veiligheid. Vooral sociale veiligheid. Frank Reitsma, directeur concernveiligheid van NS: “Tussen security en sociale veiligheid bestaat direct verband.”

“Concernveiligheid, waar ik als directeur verantwoordelijk voor ben, speelt een rol bij de NS-groep als geheel én bij een aantal specifieke bedrijfsonderdelen”, vertelt Reitsma. “We hebben te maken met safety en security. Voor de Holding richten we ons voornamelijk op sociale veiligheid, corporate security en de harde kant van Arbeidsveiligheid. Specifiek voor NS Reizigers hebben we dan nog spoorwegveiligheid.

Security versus sociale veiligheid

Sociale veiligheid gaat over de interactie tussen mensen, het voorkomen van ongewenst gedrag en onbehoorlijk gedrag tot aan agressie. Reitsma: “We moeten altijd rekening houden met het onverwachtse, de wispelturigheid van mensen. In sociale veiligheid zit naast deze objectieve componenten ook een belangrijke subjectieve component: gevoel. Bij security is sprake van wat hardere maatregelen; het beveiligen en bewaken van eigendommen op rangeer- en opstelterreinen bijvoorbeeld. “Bij dat laatste kun je denken aan hekwerken, camera’s, inzet van beveiligingspersoneel, enzovoort. Reitsma: “Een voorbeeld waarbij je de overlap ziet, is het voorkomen van graffiti. Dat kun je op een harde beveiligingsmanier aanpakken. Tegelijkertijd geeft graffiti op een trein onze klanten een gevóel van onveiligheid. Graffiti zelf is niet onveilig, maar omdat het gevoel bestaat, valt dit ook onder sociale veiligheid. Tussen security en sociale veiligheid bestaat dus een direct verband. Hoe meer je in het publieke domein komt, des te meer speelt de sociale veiligheid een rol. In een kantoorpand is dat nog redelijk beperkt: alleen personeelsleden hebben daar toegang. Maar een station of een trein is voor iedereen toegankelijk. Daar speelt sociale veiligheid dus een veel grotere rol.”

Safety versus sociale veiligheid

Bij safety kun je door heldere regelgeving, gedegen opleiding en goed materieel veel incidenten uitsluiten. Bij sociale veiligheid en security kan dat minder, omdat je hier te maken hebt met bewust menselijk handelen. In sociale veiligheid zit een grote factor onvoorspelbaarheid. Rekening houden met het onverwachte. Wat safety van sociale veiligheid kan leren, is het omgaan met onverwachtse dingen. Je weet ’s morgens gewoon niet wat je die dag zult tegenkomen. Bij safety is het meestal tot in detail uitgewerkt, als je de trapleuning vasthoudt, val je niet. Maar er kan van alles gebeuren waardoor het toch fout kan gaan.”

Beveiligingspersoneel

NS investeert jaarlijks 100 miljoen euro in sociale veiligheid. “We kunnen het niet alleen: er is samenwerking nodig, vertelt Reitsma. “Medewerkers van ’Service en veiligheid’ zijn NS-personeel met extra bevoegdheden, gericht op de sociale veiligheid. Beveiligingspersoneel wordt door NS ingehuurd en heeft andere werkzaamheden, zoals het uitvoeren van open- en sluitrondes, brandrondes en objectbeveiliging. Beveiligingspersoneel brengen wij niet in situaties waar sprake kan zijn van geweld. Zij hebben daar de bevoegdheden en opleiding niet voor. Wel worden ze ingezet als er sprake is van enorme drukte, crowd control en hulpverlening. Verder leggen we afspraken met gemeenten, GGD en hulpdiensten vast in lokale veiligheidsarrangementen. Samen met andere vervoerders en de politie houden we gezamenlijke acties en we zitten aan tafel bij verschillende ministeries.”

Personeel opleiden

Het is duidelijk dat sociale veiligheid binnen NS een belangrijke pijler is. “Dat is omdat wij op dagelijkse basis heel veel klantcontacten hebben en in de publieke ruimte opereren”, vervolgt Reitsma. “Van hoofdconducteurs, servicemedewerkers en machinisten tot aan schoonmakers: ze komen allemaal met het publiek in aanraking. Wat wij doen, begint al op het moment dat personeel wordt aangenomen. Er wordt dan bijvoorbeeld gekeken naar de weerbaarheid, voor die functies waar dat nodig is. Het volgende punt is de opleiding: iedereen die te maken heeft met klanten, krijgt een opleiding om te leren omgaan met ongewenst gedrag. Al onze conducteurs zijn Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) en krijgen deze module zelfs elke 5 jaar in de her-instructie. Hierbij komen vaardigheden aan bod die je nodig hebt om te de-escaleren. Mocht het dan alsnog misgaan, dan schakelen we de organisatie ‘Service en veiligheid’ in. Dat zijn BOA’S met zowel service- als veiligheidstaken. In eerste instantie worden zij preventief ingezet: om vervelende situaties te voorkomen. Maar zij zijn ook inzetbaar als een situatie dreigt te escaleren. Zij kunnen iemand aan te houden en indien nodig over te dragen aan de politie. Daar hebben ze middelen voor en bevoegdheid, en daar worden ze ook voor getraind.”

Bron: NVVK

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant