Verplichtingen werkgever ten aanzien van alleenwerk

Een alleenwerker heeft een groter (ongevallen)risico dan een werknemer die in het bijzijn van anderen werkt. Een werkgever heeft verplichtingen ten aanzien van alleenwerk om het risico zoveel mogelijk te beperken.

Wat is alleenwerk?

Alleenwerk is buiten het gezichtsveld of de gehoorafstand van anderen werkzaamheden verrichten. Het komt in veel verschillende situaties voor en gaat om:

  • Beroepen die min of meer continu in een zeker isolement worden uitgevoerd
  • Situaties waarbij geen direct contact met anderen mogelijk is.

Een alleenwerker is bijvoorbeeld iemand die apart die in een bedrijfspand werkt (magazijn), een landbouwer, beveiliger, taxichauffeur en medewerker van een benzinepomp. Een alleenwerker kan niet terugvallen op collega’s bij gevaar of ongeval en loopt daardoor meer risico dan collega’s die dat wel kunnen. Extra beheersmaatregelen zijn nodig om de risico’s onder normale omstandigheden en bij voorziene situaties zoals brand, ziekte, storing of ongeval, te beheersen.

Wat zegt de Arbowet over alleenwerk?

De werkgever is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek voor alleenwerkers. De Arbowet is volledig van toepassing op de alleenwerkers en in de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) en het arbobeleid moet de werkgever nadrukkelijk aandacht aan deze groep medewerkers besteden. Dit betekent dat de werkgever:

  • In kaart brengt wie alleenwerken, waar en wanneer
  • Vaststelt wat nodig is aan maatregelen en voorzieningen om de risico’s van alleenwerken te beperken.

Verbod op alleenwerk

In de volgende gevallen geldt volgens de Arbowet een verbod op alleenwerk:

  • Bij het betreden van een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning (meer dan 1000V AC of 1500V DC) bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen (in)directe aanraking dan wel te dichte nadering (Arbobesluit art 3.5, 2e lid).
  • Bij werkzaamheden in een besloten ruimte met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie (Arbobesluit art. 3.5g, 4e lid).
  • Duikers (Arbobesluit art 6.16).
  • Caissonarbeid (Arbobesluit art 6.19).
  • Werk door jongeren onder de 18 jaar (o.a. Arbobesluit art. 3.46, 4.105, 4.106, 6.27, 7.39, 9.36).

Bij dit type werkzaamheden moet een tweede persoon aanwezig zijn. De belangrijkste taken van deze tweede persoon zijn het houden van toezicht en het organiseren van hulp als er tijdens de werkzaamheden iets fout gaat.

Verplichtingen werkgever

De werkgever heeft verplichtingen als er sprake is van alleenwerk en moet vooraf de volgende zaken regelen:

1. Bekijken of alleenwerk kan worden vermeden Als het vermijden van alleenwerk niet mogelijk is, dient de werkgever doeltreffende maatregelen te nemen om een zo veilig mogelijke werksituatie te scheppen. Daarvoor worden eerst de risico's in kaart gebracht.

2. Risico’s bij het uitvoeren van het werk in kaart brengen Denk hierbij aan:

  • Werkzaamheden aan open elektrische spanning
  • Brand- en explosiegevaar bij laswerkzaamheden
  • Werkzaamheden nabij aandrijvingen, bewegende of draaiende onderdelen
  • Gebruik van gevaarlijke gereedschappen zoals motorkettingzagen, bosmaaiers, versnipperaars
  • Graafwerkzaamheden waarbij risico op instorting of bedelving bestaat
  • Agressie door klanten of publiek
  • Kans op uitglijden, stoten of vallen zoals bij bordessen, trappen of (loop)paden met valgevaar
  • Kans op vallende voorwerpen, zoals tijdens bouw, verbouw en opslag
  • Kans op vrijkomen van gevaarlijke gassen, bijvoorbeeld in riolen, (wel)putten, laboratoria of bij de opslag- en afvoerplaatsen van chemicaliĆ«n.

3. Maatregelen treffen om het alleenwerk veiliger te maken. Het gaat hierbij om beschermende maatregelen, maatregelen om incidenten zoveel mogelijk te voorkomen en om voorzieningen waarbij direct en adequaat hulpverlenend kan worden ingegrepen door een of meer derde(n) (de leidinggevende of een bedrijfshulpverlener). Het is aan te raden een handleiding te maken waarin staat wat te doen in verschillende noodsituaties. Dit geeft houvast en voorkomt paniek in crisissituaties. Enkele voorbeelden van extra maatregelen om verantwoord alleen te kunnen werken, zijn:

  • Een voorgeprogrammeerd noodnummer in de mobiele telefoon van de alleenwerker.
  • De alleenwerker in direct contact laten staan met een tweede persoon.
  • Camerabewaking.
  • Ervoor zorgen dat de medewerker zich snel en makkelijk kan beschermen tegen ongewenst of agressief bezoek of indringers.
  • Vrije vluchtwegen en sleutels en andere hulpmiddelen zichtbaar binnen handbereik.
  • Opvragen van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie van het externe bedrijf waar het alleenwerk plaatsvindt.
  • Een actuele aanwezigheidsregistratie bijhouden (schriftelijk, automatisch of mondeling bij een nachtportier of beveiligingsmedewerker).

4. Procedure voor alleenwerk. Spreek een procedure voor alleenwerk af om verantwoord alleen te kunnen werken. Over deze procedure moet overeenstemming worden bereikt met de Ondernemingsraad, Personeelsvertegenwoordiging of de belanghebbende medewerkers.

5. Voorlichting en onderricht van de alleenwerker. Bij alleenwerk is weinig toezicht en ondersteuning. Voorlichting en onderricht zijn daarom erg belangrijk. De werkgever moet aangeven wat wel en niet is toegestaan bij alleenwerken en tevens nagaan of de alleenwerker in staat is om te gaan met nieuwe en/of ongebruikelijke situaties. Voorlichting kan paniek voorkomen in ongebruikelijke situaties. De werkgever licht de werknemer voor over de risico’s die samenhangen met de werkzaamheden en de werkplek, en over de maatregelen die genomen zijn om veilig te kunnen werken. Daarnaast moet de werkgever de werknemer vertellen hoe hij moet alarmeren in geval van een incident. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met agressie of wanneer het werk stil te leggen en advies te vragen bij een leidinggevende. De alleenwerker moet ervaren zijn en begrijpen wat de risico’s en beheersmaatregelen zijn. Op zijn beurt werkt de alleenwerker volgens de procedure voor alleenwerk en de werkinstructies.

6. Toezicht houden. Constant toezicht hebben is niet mogelijk in geval van alleenwerk. Het is echter de zorgplicht van de werkgever dat zijn werknemers gezond en veilig aan het werk zijn. Toezicht is een middel om vast te stellen of de werknemer de risico’s van het werk begrijpt en de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen neemt. Dit toezicht kan gecombineerd worden met controle van de voortgang en kwaliteit van het werk en uitgevoerd worden tijdens periodieke werkplekbezoeken. De mate van toezicht hangt af van de ervaring van de werknemer en de risico’s waaraan hij wordt blootgesteld. Gebaseerd op de risico-inventarisatie wordt de mate van toezicht vastgesteld: hoe hoger de risico’s, des te zwaarder het regiem van toezicht.

Bron: Arbeidsveiligheid.net