Wat is ioniserende straling?

Radioactieve stoffen (radionucliden) zenden tijdens hun verval ioniserende straling uit, zoals alfa-, bèta- en gammastraling. Uitgezonden straling is niet radioactief, maar veroorzaakt ionisaties. Ook röntgenapparaten kunnen ioniserende straling uitzenden, toch zijn de toestellen en de straling niet radioactief. Ioniserende straling is een naam voor snel bewegende (on)geladen kerndeeltjes en elektromagnetische golven (fotonen). Als deze straling in contact komt met materie zoals lucht, water of het lichaam treden er ionisaties op. Ionisatie is het vrijmaken van een of meer elektronen uit een atoom, waardoor een ion ontstaat. De ionisatie is schadelijk als deze in het DNA plaatsvindt. Welke soorten ioniserende straling zijn er?

Er zijn meerdere soorten straling. De belangrijkste zijn:

  • Alfastraling: wordt uitgezonden door een atoomkern. Het is een deeltje dat bestaat uit 2 protonen en 2 neutronen. Deze straling wordt uitgezonden door bijvoorbeeld uranium en plutonium. Het alfadeeltje is relatief zwaar.
  • Bètastraling: bestaat uit positieve (positron) of negatieve (elektron) geladen deeltjes. De deeltjes worden door de atoomkern uitgezonden.
  • Gammastraling: bestaat uit zogeheten fotonen. Dit zijn ‘energiepakketjes’ die met grote snelheid voortbewegen. Deze straling wordt ook wel elektromagnetische straling genoemd. Deze straling wordt door de atoomkern uitgezonden.
  • Röntgenstraling: is eveneens elektromagnetische straling. Deze straling ontstaat echter op een andere wijze dan gammastraling, namelijk in een röntgenbuis.

Wat is het doordringend vermogen van ioniserende straling?

  • Alfastraling kan gemakkelijk worden tegengehouden doordat de deeltjes zwaar zijn en een grote lading hebben. Een velletje papier is als afscherming voldoende.
  • Bètastraling kan een relatief hoge energie hebben en daarom door de huid dringen. Bètastraling met een lagere energie kan worden tegenhouden door de huid of een dik vel papier.
  • Gammastraling en röntgenstraling zijn energetisch nogal verschillend. Afhankelijk van het energieniveau kan de straling worden tegengehouden door bijvoorbeeld een aluminium plaatje (bij laagenergetische straling) of door een dikke laag lood of beton bij hoogenergetische straling.

Hoe wordt ioniserende straling gemeten?

Elke soort straling kan worden gemeten. Maar om te weten of een tafel radioactief besmet is, is een ander meetapparaat nodig dan om te bepalen of er ioniserende straling is.

  • Voor besmettingen worden besmettingsmonitoren gebruikt, zoals een geigerteller of een scintillatiemeter.
  • Voor uitwendige bestraling van het lichaam worden thermoluminescentiedosismeters gebruikt.
  • Voor omgevingsmonitoring worden Geiger-Müllertellers gebruikt.

Wat zijn de prinipes van de meetmethoden?

Straling veroorzaakt ionisaties in materie. Een meetapparaat zal dus binnenkomende straling meten doordat er ionisaties plaatsvinden in de materie (gas, vaste stof, gel) van het apparaat. Elke ionisatie veroorzaakt weer nieuwe ionisaties, waardoor er een lawine van ionisaties ontstaat die groot genoeg is om een elektrische puls in het meetapparaat te veroorzaken.

Hoe kan men zich beschermen tegen ioniserende straling?

Hierbij moet onderscheid gemaakt worden in 2 soorten bestraling. Er kan namelijk sprake zijn van zowel in- als uitwendige radioactieve besmetting. Daarnaast is het ook mogelijk om alleen uitwendig bestraald te worden.

Inwendige besmetting kan plaatsvinden via inademing door de mond

Uitwendige besmetting kan veroorzaakt worden doordat de radioactieve stof op de handen of het gezicht terecht is gekomen en daar blijft zitten. Uitwendige bestraling kan optreden doordat bijvoorbeeld een bron ioniserende straling uitzendt binnen de ruimte waarin men zich bevindt.

Maatregelen

Mensen die met ioniserende straling werken worden gewezen op een aantal maatregelen die ze kunnen nemen. Om uitwendige bestraling te voorkomen

  • Werk zo snel als mogelijk (maar wel secuur).
  • Houd zoveel mogelijk afstand tot de bron.
  • Gebruik afscherming.
  • Draag indien nodig beschermende kleding.

Om inwendige besmetting te voorkomen:

  • Werk zoveel mogelijk achterin een zuurkast.
  • Werk zoveel als mogelijk in lekbakken.
  • werk netjes.
  • Voorkom aerosolvorming.
  • Plan het experiment goed.
  • Zorg voor goede transportbakken.
  • Pipetteer nooit met de mond.
  • Gebruik handschoenen op de juiste wijze.
  • Voorkom besmetting van apparatuur.
  • Controleer na afloop op besmetting.

Kernenergiewet

In de Kernenergiewet staan de regels beschreven voor het omgaan met ioniserende straling. Bron: Universiteit Leiden   

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant