Werken in besloten ruimten: de gevaren en de maatregelen

Bij werken in besloten ruimten kunnen er diverse gevaren optreden. De kans op verstikking, elektrocutie of explosiegevaar is aanzienlijk. In dit artikel krijg je alle informatie over de risico’s en hoe je ze kunt beperken of zelfs vermijden.   

De definitie voor een besloten ruimte luidt als volgt: een gesloten of deels open omgeving met een al dan niet vernauwde toegang, die niet ontworpen is voor het verblijf van personen, en waarvan kan worden vermoed dat de atmosfeer zodanige stoffen bevat, dat bij betreding gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging brand en/of explosie. Vooral onderhoudsmedewerkers, medewerkers onderhoud wegen en kanalen en handhavers krijgen regelmatig te maken met (werken in) besloten ruimten.

Risico’s

Besloten ruimten worden regelmatig betreden voor inspecties, reparaties, schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden. Werkzaamheden moeten goed voorbereid worden met risicobeperkende maatregelen, die specifiek zijn voor de ruimte en de geplande activiteiten. Mogelijke gevaren zijn:

  1. Verstikking, bedwelming of vergiftiging ten gevolge van: a) Aanwezigheid van toxische stoffen. b) Te hoog of te laag zuurstof percentage. c) Verdringing zuurstof door inerte gassen, d) Hoge temperaturen of stof
  2. Brand- en explosiegevaar, inclusief stofexplosies.
  3. Beknelling en pletten door bewegende delen in de besloten ruimte (brugaandrijving, ballast).
  4. In geleidende ruimte: elektrocutie.
  5. Beperkte bewegingsruimte kan een probleem zijn bij ontruimen en reddingswerk (kabelkokers, riool).

Daarnaast zijn er enkele additionele gevaren, zoals:

  1. Vallen, uitglijden en vallende voorwerpen.
  2. Verdrinking (in riool, waterkelder, e.d.)
  3. Biologische agentia (bv ziekte van Weil in riool).

Voorzorgsmaatregelen

Een besloten ruimte moet altijd als zodanig aangegeven zijn met een waarschuwingsbord. Vóór het betreden van een besloten ruimte dient men altijd eerst:

  • Een gasmeting uit te voeren
  • Te zorgen voor voldoende luchtverversing
  • Te zorgen dat ruimte voldoende schoon is
  • De werkmethode af te stemmen
  • Te zorgen dat de ruimte rondom de toegang tot de besloten ruimte vrij, schoon en veilig is
  • Te zorgen dat er voldoende hulpmiddelen zijn voor een eventuele redding
  • Te zorgen dat er voldoende communicatiemiddelen aanwezig zijn.

Leg de afspraken en voorschriften vast in een werkvergunning.

Maatregelen werkgever

De werkgever moet maatregelen te nemen om veilig werken in een besloten ruimte mogelijk te maken. Deze maatregelen worden onderscheiden in 4 groepen, in volgorde van prioriteit:

  1. Bron van gevaar wegnemen
  2. Organisatorische maatregelen
  3. Gevaar afschermen
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s).

1 Bronafscherming

Bij bronafscherming is vooral in de ontwerpfase winst te boeken. Zorg voor voldoende ruime toegangen, loopruimte, verlichting en ventilatiemogelijkheden. Maak onderhoud op afstand mogelijk. In bestaande situaties is het vaak moeilijk om de bron van de gevaren weg te nemen. Toch zijn er wel mogelijkheden, denk aan het coaten van een stalen wand om corrosie tegen te gaan, en daarmee de zuurstofconcentratie op peil te houden.

 2 Organisatorische maatregelen

  • Maak een risicobeoordeling van elke besloten ruimte.
  • Markeer elke besloten ruimte met een waarschuwingsbord. Bijvoorbeeld: “Pas op: besloten ruimte. Gevaar voor Verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie. Alleen toegankelijk voor geautoriseerd personeel.”
  • Zorg altijd voor de juiste werkvergunning.
  • Instrueer medewerkers over de risico's en hoe er veilig gewerkt kan worden.
  • Wanneer er personen in de besloten ruimte aanwezig zijn, dient de omgeving van de toegang afgezet en de toegangswegen vrijgehouden te worden.
  • Betreft het een Atex-omgeving, geef dit expliciet aan. Stel een rookverbod in en gebruik vonkvrij gereedschap.
  • Maak een noodprocedure waarin redding uit een besloten ruimte is opgenomen. Redding uit besloten ruimten is vaak erg lastig. In de noodprocedure moeten minimaal onderstaande aspecten naar voren komen:
  • Alarmeren van de hulpdiensten
  • Beschikbare reddingsmiddelen
  • Oefening in procedure en gebruik van reddingsmiddelen.
  • Zorg voor aanwezigheid van de vereiste reddingsmiddelen en bijbehorende instructie. Bij verticale betreding dient op locatie een redtakel aanwezig te zijn.
  • Zorg, indien dit uit de risicobeoordeling nodig blijkt, voor voldoende en de juiste blusmiddelen, een veiligheidsdouche of branddeken en sproeischuimblussers.
  • Zorg voor geschikte en goed werkende communicatiemiddelen:
  • Mobilofoon (voorzie besloten ruimtes van binnen van een repeater om bereik te hebben).
  • Portofoons of ingebouwde microfoons.
  • Treksignalen via de seinlijn.
  • Klopsignalen op de wand.
  • Er moet altijd een veiligheidswacht aanwezig zijn, voordat medewerkers de ruimte betreden. De veiligheidswacht mag nooit de besloten ruimte betreden. Hij heeft als taak om:
  • De werknemer(s) in de gaten te houden welke in de ruimte de werkzaamheden verricht(en).
  • De aanwezige werknemers te registreren bij het ingaan en verlaten van de ruimte ingaan.
  • Het letten op alarmsignalen van de persoon of apparatuur.
  • Het controleren van de juiste werking van de aanwezige apparatuur.
  • Het alarmeren van reddingsdiensten in geval van nood.
  • In geval van nood assisteren bij de evacuatie van medewerkers uit de besloten ruimte).
  • Voor een voorbeeld van een noodplan verwijzen we naar de Arbocatalogus van de Waterschappen.

3 Gevaar afschermen en voorkomen

Er is sprake van:

  1. gevaar voor verstikking indien de atmosfeer < 18 volumeprocent zuurstof bevat;
  2. gevaar voor bedwelming of vergiftiging indien de concentratie van de betreffende stoffen in de atmosfeer hoger is dan de grenswaarden;
  3. gevaar voor brand of explosie indien in de atmosfeer de concentratie van zuurstof > 21 volumeprocent of de concentratie van brandbare gassen of dampen > 10 volumeprocent van de onderste explosiegrens.

Ventileren en meten

Onder de vereiste maatregelen vallen in elk geval de volgende oplossingen: Ventilatie:Ventilatie (luchtverversing) voorkomt blootstelling aan giftige, brandbare en explosieve gassen. Voer altijd metingen uit na ventilatie. Gasmeting: De luchtkwaliteit dient te worden gemeten door een kundige persoon met minimaal een opleiding van ‘basis gasmeten’. Controleer de gekalibreerde meters vooraf op op de juiste werking. Alle metingen dienen vermeld te worden op de werkvergunning. Ook dienen de volgende punten gecontroleerd te worden alvorens een besloten ruimte wordt betreden:

  • De zuurstofconcentratie ligt tussen 20 vol.% en 21 vol.%.
  • De concentratie van brandbare gassen en dampen in de ruimte is niet hoger dan 10% van de onderste explosiegrens (LEL).
  • De concentraties van gassen, dampen of stof liggen ruim onder de grenswaarden.

Gevaarlijke gassen

Voor acute gevaren zoals brandbaarheid, zware giftigheid, zuurstofverdringing en dergelijk kan voor de meeste enkelvoudige stoffen het (gele) chemiekaartenboek geraadpleegd worden. Klik hier voor informatie over het chemiekaartenboek. Wettelijke grenswaarden voor blootstelling op de langere termijn (lasrook, zeer lage concentraties H2S e.d.) staan op www.dohsbase.nl en http://www.dohsbase.nl/ Mogelijke risico's zijn:

Gas Acute gevaren Gevaren lange termijn
Zuurstof Laag gehalte: verstikkingHoog gehalte: versnelde ontbranding -
Brandbare gassen ExplosieBrand Afhankelijk van de stof
Giftige gassen Hoge concentraties:
  • Verstikking
  • Vergiftiging
  • Irritatie
Aantasting:
  • Zenuwstelsel
  • Longen
  • Oogletsel

Grenswaarden explosieve en giftige gassen

Tijdens de werkzaamheden moet continu worden gecontroleerd op explosieve, zuurstof- en giftige gas-/ dampconcentraties. De meest voorkomende gevaarlijke gassen zijn kooldioxide, koolmonoxide, waterstofsulfide, methaan en ammoniak. Kijk voor meer informatie in het chemiekaartenboek, dohsbase, het etiket of op het veiligheidsinformatieblad (VIB of MSDS). Zie Tabel 1 (hieronder) voor de grenswaarden en de onderste explosiegrens van de belangrijkste gevaarlijke gassen.

Gas Formule Grenswaarde tijdgewogen gemiddelde over 8 uur Onderste explosiegrens LEL
kooldioxide CO2  9000 mg/m3  n.v.t.
koolmonoxide CO  10 mg/m3  1,5 vol%
ammoniak NH3  14 mg/m336 mg/m³, tijdgewogen gemiddelde over 15 minuten  15 vol%
zwavelwaterstof H2S  2,3 mg/m3 (1,6 ppm)  4 vol%
methaan CH4  niet vastgesteld  5 vol%

 Tabel 1 Wettelijke grenswaarden, LEL van enkele belangrijke gevaarlijke gassen. Let erop dat:

  • De temperatuur in de besloten ruimte is niet hoger dan 40ºC.
  • Explosieveilig gereedschap en verlichting voldoen aan ATEX-95 bepalingen;
  • In geleidende ruimte gebruik gemaakt wordt van wisselspanning van maximaal 50 Volt of gelijkspanning van maximaal 120 Volt. Gebruik geen omvormers en veiligheidstrafo's.
  • De volgende apparaten gebruikt mogen worden in een besloten ruimten:
  • Elektrische dubbel geïsoleerde handgereedschappen achter een veiligheidstrafo met een max. wisselspanning van 50 V en max. gelijkspanning van 120 V.
  • Accugereedschap.
  • Gereedschap aangedreven door perslucht.
  • Apparatuur die een risico vormt voor ontstaan van explosies of brand (verbrandingsmotor, vonken, denk aan aggregaat, compressor) buiten de besloten ruimte wordt geplaatst, op 10 m afstand, dwars op de windrichting. Zo staat niemand in het pad van ontsnappende explosieve gassen.
  • Geen gas- en zuurstofflessen en verdeelstukken in de besloten ruimte geplaatst worden.
  • De apparatuur wordt uitgezet na de werkzaamheden.
  • De brander uit de ruimte verwijderd wordt.
  • De gas- en zuurstoffles voorzien zijn van een veiligheidssluiting.
  • Bij elektrisch lassen alleen gebruikgemaakt mag worden van gelijkstroom van een lasdynamo of wisselstroom van lastransformator. De secundaire spanning mag bij een onderbroken lasstroom niet meer bedragen dan 50V.

4 Persoonlijke beschermingsmiddelen

In artikel 3b van de Arbowet is opgenomen dat doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) aan de medewerker ter beschikking moeten worden gesteld als door bron- en collectieve maatregelen het gevaar niet voorkomen kan worden. Besteed bij persoonlijke beschermingsmiddelen aandacht aan:

  1. Standaard pbm’s die gedragen dienen te worden
  2. Adembescherming
  3. Valbescherming
  4. Opslag en schoonmaak van pbm’s.

Standaard pbm’s

Tijdens het werken zullen, afhankelijk van de specifieke risico’s, verschillende typen pbm’s toegepast moeten worden. Dit is op basis van de uitgevoerde RI&E en op een uitgevoerde taakrisicoanalyse. De volgende algemene persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen gedragen worden:

  • Veiligheidsschoenen of – laarzen
  • Speciale beschermende kleding ter bescherming van de huid tegen o.a. toxische stoffen en biologische agentia. In brand- of explosiegevaarlijke ruimten dient antistatische en brandvertragende kleding te worden gedragen;
  • Handschoenen
  • Veiligheidshelm
  • Een veiligheidsbril of ruimzichtbril.

Adembescherming

Als uit de risicobeoordeling blijkt dat adembescherming noodzakelijk is, dient onafhankelijke adembescherming te worden toegepast. Filtermaskers mogen alleen worden toegepast als de gevaarlijke atmosfeer enkel wordt veroorzaakt door aerosolen en/of endotoxinen. Pas op met het gebruik van slangen, deze mogen niet bekneld raken.

Valbescherming

Alle personen die zich in de besloten ruimte bevinden zijn verplicht een harnasgordel te dragen. Deze kan gebruikt worden om een persoon in geval van nood uit de ruimte te trekken. Bij verhoogd risico dient ook valbescherming te worden gedragen. Dit is onder meer het geval bij een valhoogte van 2,5 of meer, openingen in de vloer, ontbrekende relingen, etc. Bij verticale betreding van een besloten ruimte kan een meelopende valbescherming (non-chute) worden toegepast, bij voorkeur bevestigd aan een hijsbalk of driepoot.

Opslag en schoonmaak

Maak persoonlijke beschermingsmiddelen, apparatuur en gereedschappen na gebruik zorgvuldig schoon. Berg ze op op een schone, droge plaats, gereed voor gebruik. Laat ze zo nodig repareren. Bescherm de uitrusting tegen blootstelling aan uitzonderlijke omstandigheden (warmte, koude, inwerken chemicaliën, etc.). Geef bijzondere aandacht aan het schoonmaken van maskers en oogbeschermingsmiddelen. Maak deze na gebruik grondig schoon met water en (desinfecterende) zeep en laat ze goed drogen.

Bron: Provinciearbocatalogus.net