Verzekeraar draagt risico te late melding beëindigen verzekering (1)

Op 2 april 2013 deed de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening een uitspraak over een klacht van een consument inzake een arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsverzekering, gesloten in combinatie met een doorlopend krediet.

Samenvatting

Een consument heeft via bemiddeling van een tussenpersoon bij een bank een doorlopend krediet afgesloten met een limiet van € 21.000. Ter dekking van het arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsrisico sloten zij gelijktijdig een verzekering af bij een verzekeraar. Het verzekerde bedrag was € 210 per maand. Bij onvrijwillige werkloosheid bedroeg de uitkering maximaal € 2.000. Op het polisblad stond de naam van de betreffende bank vermeld. Voor het innen van de maandpremie werd een machtiging afgegeven. In de polisvoorwaarden is een bepaling opgenomen, waarin is vermeld dat de verzekering eindigt bij herfinanciering. Enige tijd later verzoekt de consument de bank het kredietbedrag te verhogen. De bank gaat hiermee akkoord. Er wordt een nieuwe kredietovereenkomst gesloten met een limiet van € 25.000. Hiermee wordt het bestaande krediet afgelost. De verzekering blijft doorlopen en de consument blijft premie betalen. Weer enige tijd later raakt de consument onvrijwillig werkloos en dient een claim in bij de verzekeraar. De verzekeraar wint informatie in bij de bank. De bank deelt mee dat het oorspronkelijke krediet is afgelost en dat er een nieuwe kredietovereenkomst is gesloten. De verzekeraar deelt de consument mee dat hij niet tot uitkering zal overgaan, omdat de verzekering met terugwerkende kracht is beëindigd in verband met herfinanciering. De teveel betaalde premie wordt gerestitueerd. De consument is het met deze gang van zake niet eens. Hij claimt alsnog een uitkering, inclusief wettelijke rente. Bovendien claimt hij een schadevergoeding voor het feit dat hij aanvullende leningen heeft moeten sluiten in verband met het uitblijven van de uitkering. Na het doorlopen van de voorgeschreven klachtenprocedure komt de klacht terecht bij de Geschillencommissie. De Commissie is het eens met de verzekeraar dat de polis een bepaling bevat met betrekking tot beëindiging bij herfinanciering en dat deze bepaling bij zorgvuldige lezing voor de tussenpersoon en de consument voldoende duidelijk is. De consument voert echter aan dat hij zich niet heeft gerealiseerd dat een verhoging van de kredietlimiet betekende dat er een nieuwe kredietovereenkomst werd gesloten en de bestaande overeenkomst werd afgelost. Hij verwijt de bank en de verzekeraar dat zij hem daarvan niet op de hoogte hebben gebracht, waardoor hij in de veronderstelling leefde dat de verzekering nog gewoon van kracht was. Bovendien werden de premies nog gewoon van zijn rekening afgeschreven. De Commissie wijst op de strekking van artikel 6:248 lid 2 BW. Hierin is bepaald dat een uit een overeenkomst geldende regel niet van toepassing is, wanneer blijkt dat dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De Commissie is het eens met de consument dat hij had mogen verwachten dat de verzekeraar hem tijdig had geïnformeerd en op welke gronden de verzekeringsovereenkomst is beëindigd. In dit geval heeft de verzekeraar er voor gekozen om dit niet zelf te controleren, maar de informatieverstrekking over de gevolgen van herfinanciering over te dragen aan de bank. De bank heeft deze informatie niet verstrekt. Bovendien heeft de verzekeraar aangegeven dat de informatieverstrekking in dit geval niet goed is verlopen. De Commissie acht het dan ook onaanvaardbaar dat de gevolgen hiervan worden doorgeschoven naar de consument. Temeer nu de consument er van uit mocht gaan dat de verzekering nog steeds van kracht was. Bovendien mag worden aangenomen dat hij, wanneer hij hiervan wel op de hoogte was, een nieuwe verzekering zou hebben gesloten. De consument bleef immers na het verhogen van het krediet premie betalen. Dit betekent volgens de Commissie dat de bepaling met betrekking tot beëindiging in verband met herfinanciering, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van toepassing kan zijn. De vordering van de consument zal dus gedeeltelijk worden toegewezen. De verzekeraar zal de verzekerde maandbedragen, inclusief wettelijke rente, alsnog moeten vergoeden, onder aftrek van de reeds betaalde premierestitutie. Ook moet de verzekeraar de door de consument betaalde wettelijke bijdrage van € 50 voor de behandeling door de Commissie vergoeden. De kosten van de door de consument gesloten leningen worden niet toegewezen. Het gaat hier immers om schade als gevolg van het niet tijdig betalen van de vordering. De maximale wettelijke vergoeding voor deze kosten is vastgesteld op de al toegekende wettelijke rente.

Vindplaats

Verzekeraar draagt risico te late melding beëindigen verzekering AFM pleit voor verbondenverklaring uitspraken Kifid (17 april 2013)

Aandachtspunten voor de adviseur

  • Zorg er als adviseur voor, wanneer financiële producten onder een eigen naam op de markt worden gebracht, dat duidelijk is wie welke informatie op welk moment aan de cliënt verstrekt. Houdt u aan die afspraken. Het is immers niet denkbeeldig dat de aanbieder zijn schade tracht te verhalen op de adviseur.

  • Wees er als adviseur alert op dat steeds meer financiële dienstverleners zich niet geroepen voelen zich te houden aan de uitspraken van het Kifid. Een klant zal in een dergelijk geval alsnog een juridische procedure moeten aanspannen om zijn gelijk te halen, ook al heeft het Kifid hem al gelijk gegeven. Een rechtsbijstandverzekering zal de drempel tot een dergelijke rechtsgang verlagen. Ondertussen pleit de AFM ervoor dat financiële ondernemingen zich binden aan een Kifid-uitspraak.

Ten slotte

Op grond van de uitspraak van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening draagt de verzekeraar het risico van het niet juist informeren van de consument. Het is overigens niet denkbeeldig dat, als de afspraken duidelijk zijn vastgelegd, een verzekeraar bij niet nakoming van deze afspraak, zijn schade zal verhalen op de adviseur. Op grond van de Wft (art. 4:21) is een bemiddelaar namelijk verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie, indien dit met de aanbieder zo is afgesproken. Komt deze bemiddelaar zijn afspraak niet na, dan moet de verzekeraar blijkens de Kifd-uitspraak toch uitkeren. Op grond van art. 4:21 Wft zou de verzekeraar wellicht de bemiddelaar aansprakelijk kunnen stellen.