CO2-Prestatieladder

De CO2-Prestatieladder. Menigeen haalt zijn schouders er bij op. Wat moet je daarmee? Toch zijn ruim 450 bedrijven in de GWW-sector al gecertificeerd voor de ladder. Hun winst: bij steeds meer aanbestedingen een gunningvoordeel en daarnaast besparen ze op hun energiekosten. 

De CO2-Prestatieladder is een instrument dat bedrijven in de grond, weg- en waterbouw helpt met het verminderen van hun CO2-uitstoot. Het verminderen van deze uitstoot is geen overbodige luxe. CO2 oftewel kooldioxide komt vrij bij de verbranding van kolen, olie en gas en veroorzaakt (mede) het broeikaseffect en daarmee de opwarming van de aarde. Van de 160 megaton CO2 die Nederland jaarlijks produceert komt een groot deel voor rekening van de zware industrie, het transport en het verkeer. De GWW-sector is een grote producent van CO2. Hier valt dus een interessante winst te behalen.

Gunningvoordeel

Het idee achter de CO2-Prestatieladder is bedrijven die goed bezig zijn qua CO2-uitstoot te belonen met een gunningvoordeel bij aanbestedingen. ProRail bedacht de ladder in 2009. De railbeheerder besteedt jaarlijks voor vele honderden miljoenen werk uit aan de GWW-sector. Met de uitvoering van deze werken wordt flink wat CO2 geproduceerd. ProRail voelt een verantwoordelijkheid voor het verminderen van de CO2-uitstoot en bedacht daarop de Prestatieladder. Hoe CO2-vriendelijker het bedrijf bezig is, hoe hoger de plek op de ladder en hoe groter de gunningkorting bij een aanbesteding.

De 5 tredes van de ladder

De CO2-Prestatieladder laat zien in welke mate een bedrijf werk maakt van vermindering van de CO2-uitstoot. De ladder kent vijf tredes. De vijfde trede is het hoogste niveau en geeft de hoogste fictieve korting bij aanbestedingen.

  • Trede 1: het bedrijf heeft haar energiestromen in kaart heeft gebracht, weet waar energie te besparen is en de mogelijkheden van duurzame energie kent. In- en extern wordt gecommuniceerd over het beleid rond energiebesparing.
  • Trede 2: deze bedrijven hebben een kwalitatieve doelstelling met betrekking tot energiebesparing en duurzame energie. Medewerkers worden geprikkeld om met de reductiedoelstellingen aan de slag te gaan.
  • Trede 3: Wie gecertificeerd is voor trede 3, heeft de CO2-emissie geïnventariseerd volgens ISO. Er zijn kwantitatieve doelstellingen ten aanzien van de CO2-uitstoot en er wordt in- en extern over gecommuniceerd. Er wordt actief deelgenomen aan minstens één initiatief op het terrein van CO2-reductie.
  • Trede 4: Deze trede betekent meer voor een bedrijf. Het vraagt namelijk iets van andere bedrijven. De emissies van de ketens waarin het bedrijf actief is, zijn in kaart gebracht. Voor twee ketens zijn analyses uitgevoerd. Het bedrijf heeft kwantitatieve doelstellingen voor haar ketenemissie en is initiatiefnemer van een sector- of keteninitiatief qua CO2-reductie.
  • Trede 5: bij deze trede beschikt het bedrijf over een CO2-footprint van de belangrijkste leveranciers, realiseert de doelstellingen van treden 3 en 4 en onderschrijft een CO2-reductieprogramma van de overheid of een maatschappelijke organisatie.

Hoe werkt het?

Drie bedrijven schrijven in op een aanbesteding. Bedrijf A voor 9,6 miljoen euro, bedrijf B voor 10 miljoen euro, bedrijf C voor 10,3 miljoen. Bedrijf A vindt minder CO2-uitstoot onbelangrijk en krijgt geen korting op de inschrijfprijs. Bedrijf B staat op trede drie van de ladder en mag vier procent in mindering brengen op de inschrijfprijs. Daarmee komt de fictieve prijs op 9,6 miljoen euro. Bedrijf C is het verst qua vermindering van de CO2-uitstoot en staat op trede vier van de ladder. Het mag zeven procent in mindering brengen op de inschrijfprijs en komt uit op een fictieve prijs van 9,58 miljoen euro. Ondanks de hoogste inschrijfprijs krijgt bedrijf C de opdracht.

Minder CO2 = minder brandstofkosten

Bedrijven die werken met de CO2-Prestatieladder behalen niet alleen een hogere inschrijfprijs bij aanbestedingen, maar kunnen ook interessante kostenbesparingen binnen het bedrijf bereiken. Minder CO2 produceren betekent immers minder gas, diesel en elektriciteit verbruiken. Met bouwmachines is er grofweg op drie manieren brandstof te besparen: investeren in energiezuinige machines, technische aanpassingen doorvoeren en de gebruiker bewust maken.

Bron: www.co2-prestatieladder.nl www.skao.nl