De risicopreventiematrix

De risicopreventiematrix kent veel gezichten. Risicobeleving en risicofeiten staan immers vaak haaks op elkaar. Soms veroorzaken bepaalde risico's onrust die niet strookt met de beschikbare 'objectieve' informatie. Of is er juist sprake van zorgeloosheid terwijl harde cijfers vragen om ingrijpen.

De figuur van de risicopreventiematrix kent 2 assen. De verticale as correspondeert met de risicofeiten, de horizontale as met de risicoperceptie. In de bovenste kwadranten van de matrix staan de grote, in de onderste kwadranten de kleine risico's. Links zijn de risico's te vinden die als groot worden gepercipieerd, rechts de risico's die als klein worden ervaren. Dat biedt handreikingen voor interventies. Die kunnen zowel gericht zijn op het beheersen van de risico's als op het beïnvloeden van
de risicoperceptie.

 .nb_atex_preventiematrix                

In de risicopreventiematrix doorsnijdt de risicobelevings-as de risicofeiten-as op het niveau van de norm. Veiligheidsnormen worden vaak geformuleerd aan de hand van harde risicokenmerken zoals:

  • Een maximaal toegestane kans om te overlijden (externe veiligheid)
  • Grenswaarden voor blootstelling aan schadelijke factoren (arbeidsveiligheid, voedselveiligheid)
  • Een maximale rijsnelheid (verkeersveiligheid).

In 3 van de 4 kwadranten van de matrix is ingrijpen gewenst. De manier waarop dat moet gebeuren, verschilt per kwadrant.

Beheersmaatregelen

Rechtsonder in de matrix is sprake van kleine risico's die ook als klein worden  ervaren. Daar hoeft dus niets te gebeuren. Linksboven zijn echter de grote risico's te vinden die ook als groot worden ervaren. De norm wordt overschreden en er is draagvlak voor ingrijpen. Het devies is hier rechttoe, rechtaan beheersmaatregelen. In het verleden zijn binnen verschillende veiligheidsthema's al veel van dat soort maatregelen getroffen.

Risicobeleving

Rechtsboven in de matrix staan de grote risico's (hier is sprake van normoverschrijding) die worden onderschat. De gewenste ingreep is hier preventie (risicobeperkende maatregelen) én beïnvloeden van de risicoperceptie. Er moet immers iets gebeuren om de risicobeleving van de betrokkenen realistischer te maken. Dat kan bijvoorbeeld door voorlichting of opleiding. Alleen al om draagvlak te krijgen voor de maatregelen is dat zonder meer nodig. Bovendien  kan het gedrag van de betrokkenen veranderen door een gewijzigde risicoperceptie, waardoor ook de feitelijke risico's veranderen. In het kwadrant linksonder in de matrix bevinden zich de kleine risico's die worden  overschat. De feitelijke risico's zijn niet groot maar ze worden wel als te groot ervaren. Hier kunnen emoties en angst een overheersende rol spelen. Afhankelijk van de zwaarte van de beleving is de remedie: eerst proberen de risicobeleving te beïnvloeden en pas daarna eventueel maatregelen treffen. In veel gevallen blijkt de risicobeleving overigens onverwachte oorzaken te hebben die maar weinig met 'risico' te maken hebben. Als dit kwadrant wordt verwaarloosd, ontstaat bij de betrokkenen het idee dat veiligheid onvoldoende aandacht krijgt.

Bron: Modellen voor Veiligheidsprofessionals, 2e editie, ISBN 978-90-7844018-5.

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant