Optimaal presteren met ergonomische werkplek

Omdat niet-ergonomische werksituaties kunnen leiden tot verminderde productiviteit en een groter verzuim, is het belangrijk deze in een vroeg stadium te herkennen. Een inleiding in ergonomie met tips om signalen te herkennen. De Arbowet bepaalt dat de werkgever moet zorgen voor zoveel mogelijk ergonomische werkplekken, werkmethoden en hulpmiddelen, aangepast aan de werknemers.

Voordelen ergonomische werkplekken:

  • Minder kans op ongelukken, letsel en beroepsziekten
  • Verbeteren van de resultaten en productiviteit
  • Langer behouden van de werknemers op de werkvloer.

Ergonomie in de praktijk

Het is belangrijk om kritisch naar werksituaties te blijven kijken. Als de werkomgeving, de werktaken en middelen niet (meer) optimaal aansluiten op uw werknemers, dan merkt u dat aan verminderde productiviteit en vergroot verzuim. In de praktijk is dit al in een vroeg stadium te herkennen aan een groot aantal signalen:

  • Afname van productiviteit
  • Stijging van ziekteverzuim
  • Klagen op de werkvloer
  • Meldingen van bijna-ongelukken of ongelukken
  • Achterstand onderhoud machines
  • Er worden regelmatig fouten gemaakt
  • De hulpmiddelen worden niet gebruikt
  • Er zijn tekenen van inadequaat ontwerpdesign zoals zelfgemaakte oplossingen.

Vervolgens is het van belang om de optimale fit te creëren tussen uw werknemers en hun werkomgeving. Met de Human Technology toolbox en het 4-pilarenmodel kunt u dit realiseren.

4-pilarenmodel

Dit model geeft goed weer hoe er tegen ergonomische aanpassingen wordt aangekeken en welke aspecten belangrijk zijn voor een toepassing in de aangeboden werkzaamheden.

nb_mvk_pilarenmodel

Legenda en toelichting K = Constructie, materiaalkunde, vervaardigingsleer. Het product of de aanpassing moet technisch gemaakt kunnen worden en uiteraard goed werken. V = Vormgeving met nadruk op esthetische en communicatieve waarden van de verschijningsvorm. P = Product en systeemergonomie (onderling verband). Het moet nuttig zijn, bruikbaar, efficiënt, veilig en comfortabel. B = Bedrijfskunde van de product- of procedureontwikkeling en marketing. Het ontwerpen, produceren en distribueren dienen ergonomisch en organisatorisch verantwoord te zijn.

Human Technology toolbox

De Human Technology toolbox kan meer gezien worden als een productinnovatiecyclus. Er wordt de nadruk gelegd op een optimale bruikbaarheid van het product. Dit geldt voor zowel nieuw te ontwerpen producten als voor het aanpassen van bestaande producten. Bijzonder aan deze toolbox is het meenemen van de maatschappelijke en sociale context. Op basis van onderzoek wordt een visie op de (toekomstige) mens-productinteractie gevormd. Dit geldt voor zowel de verschillende fasen van de productcyclus als voor verschillende typen technologische producten, zoals:

  • Informatiesystemen
  • Consumentenproducten
  • De gebouwde omgeving.

Normen

Er zijn normen en grenswaarden, onderverdeeld in deelgebieden, vastgesteld om het werken efficiënt, gezond en comfortabel te kunnen uitvoeren. De belangrijkste 6 deelgebieden zijn:

  • Fysieke belasting
  • Energetische belasting
  • Fysieke onderbelasting
  • Mentale belasting
  • Interactie mens en hulpmiddelen
  • Omgevingsergonomie.

In dit artikel worden de eerste 4 deelgebieden behandeld.

Normen fysieke belasting

Fysieke belasting kan van mechanische of energetische aard zijn. Mechanische belasting betreft de krachtuitoefening gedurende bepaalde perioden met bepaalde frequenties.

  • Tillen en dragen
  • Duwen en trekken
  • Belastende werkhouding
  • Repeterende bewegingen
  • Trillingen.

Tillen en dragen

De mate van belasting door tillen en dragen komt tot stand door een samenspel van persoons-, taak- en omgevingsgebonden factoren. Tot 23 kilo kan in het algemeen – indien voldaan wordt aan de volgende richtlijnen – worden getild met een beheersbaar risico voor de gezondheid (aanvaardbaar voor 90% van de mannen en 75% van de vrouwen).

  • Recht voor het lichaam tillen
  • De last dicht bij het lichaam vastpakken en vasthouden
  • De last om en nabij heuphoogte (gemiddeld op 75 centimeter hoogte) optillen en neerzetten
  • Niet of zo weinig mogelijk lopen met de last
  • De last niet meer dan 25 centimeter in verticale richting verplaatsen
  • Gemiddeld niet meer dan eenmaal per vijf minuten tillen
  • De last indien mogelijk goed beetpakken.

Duwen en trekken

Duwen en trekken is het uitoefenen van een kracht met de handen door een persoon op een object. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen 2 vormen:

  • Duwen en trekken met het hele lichaam zoals het lopend trekken van een rolcontainer
  • Duwen en trekken met alleen de armen, bijvoorbeeld het zittend of staand bedienen van hendels.

Duw- en trekkrachten zijn een beheersbaar risico voor de gezondheid zolang wordt uitgegaan van de volgende richtlijnen:

  • Maximaal 30 kilo (300 Newton) duwen of trekken voor het op gang brengen van een stilstaande last
  • Maximaal 20 kilo (200 Newton) duwen of trekken voor het in gang houden van een bewegende last.

Risicovolle handelingen die direct aangepakt moeten worden:

  • 2-handig duwen en trekken > 25 kilo
  • 1-handig duwen niet frequent > 16 kilo
  • 1-handig trekken niet frequent > 15 kilo
  • 1-handig duwen hoge frequentie (≥ 1 maal per minuut) > 11 kilo
  • 1-handig trekken hoge frequentie (≥ 1 maal per minuut) > 10 kilo.

Belastende werkhouding

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen dynamische en statische werkhoudingen:

  • Dynamische werkhoudingen zijn werkhoudingen waarbij een medewerker feitelijk continu in beweging is
  • Statische werkhoudingen zijn houdingen waarbij delen van het lichaam langere tijd (> 4 seconden) dezelfde houding innemen.

Richtlijnen voor staand werk: maximaal 1 uur achtereen en maximaal 4 uur op een werkdag. Langer dan 1 uur aaneengesloten en 4 uur op een dag staan moet zo veel mogelijk worden vermeden. Voorkom staan taken waarbij houdingen worden afgewisseld. Bij zittend werken wordt aanbevolen tenminste iedere 2 uur af te wisselen met andere houdingen, en het zitten tot maximaal 5 uur per dag te beperken. Uit onderzoek blijkt dat bij reikafstanden van meer dan 45 centimeter de belasting van het bewegingsapparaat aanzienlijk toeneemt. Hoe meer gewerkt wordt in lichaamshoudingen waarbij de gewrichten in een middenstand staan, hoe beter de belastbaarheid van het bewegingsapparaat is.

Repeterende bewegingen

Het uitvoeren van steeds dezelfde bewegingen vaker dan 2 keer per minuut worden minimaal 2 uur per dag of minimaal 1 uur achtereen uitgevoerd. Denk aan beeldscherm-, lopendeband- en inpakwerk. De richtlijnen van belastende houdingen van de armen, handen, hoofd, romp en benen geven aan dat deze tot 60 minuten geen risico vormen.

Trillingen

Overal waar wordt gewerkt met mechanisch aangedreven gereedschap, of waar het besturen van een voertuig een belangrijk onderdeel is van het werk, kunnen trillingen een probleem vormen. Een nauwkeurige bepaling van het daadwerkelijke trillingsniveau is alleen mogelijk door metingen. Het is verstandig om hierbij de arbodienst of een andere deskundige instantie in te schakelen.

Normen energetische belasting

Energetische belasting is de hoeveelheid energie, arbeid of vermogen die gedurende bepaalde periodes moet worden aangewend. Als grote spiergroepen langdurig zware arbeid verrichten gepaard met een hoog energieverbruik kan dit problemen opleveren. Werknemers die veel of vaak moeten lopen, traplopen, fietsen of tillen, ondergaan een hoge energetische belasting. Denk bijvoorbeeld aan verhuizers of bouwvakkers. Bij overbelasting herstelt het lichaam zich onvoldoende, waardoor lichamelijke vermoeidheid optreedt. Secundair hieraan kan de gevoeligheid voor (infectie)ziekten toenemen, en kunnen door verminderde concentratie en lichaamscoördinatie de veiligheidsrisico’s toenemen. De grenswaarden worden bepaald door het meten van de belastbaarheid van de werknemer en welke belasting het werk van hem of haar eist.

Normen fysieke onderbelasting

De huidige wetenschappelijke richtlijn geeft aan dat mensen dagelijks tenminste een halfuur middelzware activiteit (> 5 METS) verrichten. (1 MET = 3,5 milliliter zuurstofverbruik per kg lichaamsgewicht per minuut.)

Normen mentale belasting

Mentale belasting of perspectief-mentale belasting is de hoeveelheid informatie die via zintuigen in een bepaalde periode verwerkt moet worden. Het denken en het geheugen staan centraal bij mentale belasting. Vaak vindt er een combinatie plaats van eenzijdige mechanische belasting en van mentale belasting, die zich onder andere uit in spiervermoeidheid. Mannen die meer dan 6 uur per dag beeldschermwerk verrichten, hebben lopen meer risico op gezondheidsproblemen. Bij vrouwen is de grens op 4 uur gesteld.

Belangrijkste Arbobesluiten

  • Artikel 1.1: Definities algemeen
  • Artikel 5.1: Definitie richtlijn
  • Artikel 5.2: Voorkomen gevaren
  • Artikel 5.3: Beperken gevaren en risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 5.4: Ergonomische inrichting werkplekken
  • Artikel 5.5: Voorlichting
  • Artikel 5.6: Bijlagen richtlijn
  • Artikel 6.11a: Definities, grenswaarden en actiewaarden
  • Artikel 6.11c: Voorkomen of beperken van schadelijke trillingen
  • Artikel 6.11d: Voorlichting en onderricht
  • Artikel 6.11e: Arbeidsgezondheidskundig onderzoek inzake trillingen.
  • Belangrijkste normen
  • NEN 2738: Menselijke fysieke belasting – termen en definities, 1991
  • NEN 2739: Menselijke fysieke belasting – kenmerken en meetmethoden, 1995
  • NEN-EN 1005-2:2003: Veiligheid van machines – Menselijke belasting – deel 2: handmatig hanteren van machines en machineonderdelen
  • NEN-EN 1005-3:2002: Veiligheid van machines – Menselijke belasting – deel 3: aanbevolen maximale krachten bij machinewerkzaamheden
  • NEN-EN 1005-4:2005: Veiligheid van machines – Menselijke belasting – deel 4: evaluatie van de werkhoudingen en bewegingen bij machinewerkzaamheden
  • NEN-EN 1005-5: Veiligheid van machines – menselijke belasting – risicobeoordeling van herhaalde handelingen op hoge frequentie
  • NEN-EN-ISO 8996: Ergonomie – bepaling van de metabole warmtereductie, 1996
  • NEN-EN-ISO 10075-3: Ergonomische principes gerelateerd aan mentale werkbelasting – deel 3; principes en eisen voor het meten en beoordelen van mentale belasting
  • NEN-ISO 11228-1: Ergonomie. Handmatig verplaatsen van lasten; tillen en dragen, 2003
  • AI04 – Lawaai op de arbeidsplaats, 2011
  • A08 – Zittend en staand werk, 2009
  • AI29 – Fysieke belasting in het werk, 2009
  • AI36 – Trillingen, 2010
  • AI42 – Werkdruk, stress, energie, 2010.

Bron: arbeidsveiligheid.net