Wanneer is er explosiegevaar en hoe voorkom je dit?

Wat heb je nodig om explosiegevaar te minimaliseren en hoe creëer je een veilige (werk)omgeving? Of hoe voorkom je uitbreiding van een explosie? En wat is hier wettelijk over vastgelegd?

Gasexplosiegevaar

Met een explosiemeter, een LEL-meter (Lower Explosion Limit), kan direct worden vastgesteld of er sprake is van gasexplosiegevaar. Door de Inspectie SZW is bepaald dat de concentratie brandbaar gas, in een werkruimte, maximaal 10% van de LEL waarde mag bedragen.

Stofexplosiegevaar

Er bestaat geen meetinstrument om het de concentratie van een stofwolk vast te stellen. In de praktijk wordt de regel gehanteerd dat een ontplofbare wolk te herkennen is aan ‘zicht minder dan 1 meter’. Er ontstaat ook stofexplosiegevaar als er een bepaalde mate stofafzetting van brandbare stof plaatsvindt. Vaak is een stoflaag van 0,1 mm al genoeg om een ontplofbaar stof-luchtmengsel te creëren. Ook hiervoor geldt een praktische richtlijn, namelijk er is stofexplosiegevaar wanneer je eigen voetstappen op de vloer zichtbaar zijn. Daarom geldt dat voor de frequentie van het verwijderen van stof, dat nooit over grote oppervlakken een stoflaagdikte van 0,1 mm aanwezig is over een langere periode dan 8 uur (bron: NEN-EC-IEC 60079-10-2)

Blootstelling versus explosiegevaar

Een blootstellingmeting vertelt iets over de aanwezigheid van stoffen in de atmosfeer gedurende een bepaalde periode. Maar het zegt niets over de aanwezigheid van een piekconcentratie gedurende een korte periode in een kalenderjaar van brandbare stoffen tot boven de LEL. Een blootstellingmeting kun je dus niet toepassen om te bepalen of er zich explosieve atmosferen voordoen.

Arbowet

De Arbowet verplicht de werkgever om beleid te voeren gericht om de werknemers te beschermen tegen explosiegevaar. Het arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 3.5 a-f) geeft de meeste duidelijkheid wat dit betreft. Het mogelijke explosiegevaar en de daaraan verbonden risico’s voor de werknemer moeten op schrift vastgelegd worden in een zogenaamd explosieveiligheidsdocument (EVD). Het EVD bestaat minimaal uit:

  • Een risicoanalyse
  • Een gevarenzone-indeling
  • De te nemen technische en organisatorische maatregelen
  • Hoe het bedrijf de werknemers gaat voorlichten.

Op de website van de Inspectie SZW is er voor BRZO en ARIE bedrijven een checklist te downloaden om het explosieveiligheidsdocument op volledigheid te toetsen.

Explosiegevaar voorkomen

Algemene regels om gas- en stofexplosiegevaar te voorkomen

  1. Vervang de brandbare stof door een stof die minder of niet brandbaar is.
  2. Houd een brandbare stof binnen de omhulling/proces om te voorkomen dat het zich mengt met de omgeving van de installatie.
  3. Werk onder ventilatiecondities waardoor explosiegevaar kan worden uitgesloten. Dit komt omdat de concentratie van de onderste explosiegrens niet bereikt kan worden (zie ook NEN-EN-IEC 60079-10 deel 1 en 2)
  4. Werk onder zuurstofarme condities (inertiseren). Hierdoor kan explosiegevaar worden uitgesloten (zie ook CEN-TR 15281).
  5. Repressief: verwijder ontstekingsbronnen op plaatsen die explosiegevaarlijk zijn. Of zorg ervoor dat de ontstekingsbronnen voldoen aan een passend beschermingsniveau, waardoor de kans op ontsteking voldoende verlaagd wordt.

Om specifiek stofexplosiegevaar te voorkomen, gelden de onderstaande doelstellingen.

  1. Preventief: voorkom dat brandbaar stof niet kan worden opgewerveld op plaatsen waar potentiële ontstekingsbronnen zijn (zie ook NEN-EN-00079-10-2).
  2. Repressief: maak gebruik van explosieveilig materiaal om te voorkomen (als preventie niet mogelijk is of faalt) een stofwolk wordt ontstoken.
  3. Beheersing: zorg ervoor dat (als preventie en repressie onmogelijk zijn of falen) de door een ontploffing veroorzaakte schade beperkt blijft. Gebruik bijvoorbeeld een explosieluik om te voorkomen dat een eerste kleine ontploffing leidt tot een wellicht veel zwaardere secundaire ontploffing.

Bron: Arbokennisnet

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant