Wat kunnen we leren van Duitsland?

Terwijl het jarenlang normaal was om industrie als ‘ouderwets’ en ‘vervuilend’ af te doen, ontstaat het besef weer dat je alleen iets kunt verkopen als je ook iets hebt gemaakt. Op geld met geld verdienen rust niet langer een zegen. ‘De maakagenda staat weer op de politieke agenda. Nu het crisis is, hebben we gelukkig nog de industrie’, zei voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW.

De invloed van de Nederlandse industrie is lange tijd onderschat, stellen sectorrapporten van Rabobank en ING Economisch Bureau. Behalve het grote export-aandeel koopt de industrie ook nog voor jaarlijks € 60 mrd in bij andere sectoren. Door technologische vernieuwingen neemt ook buiten de sector de arbeidsproductiviteit toe en ontstaan nieuwe diensten en markten.

Economische succes van Duitsland

De hernieuwde waardering voor de industrie wordt in belangrijke mate aangewakkerd door het aanhoudende economische succes van Duitsland, dat bloeit terwijl grote delen van Europa kwakkelen. Dat succes is het (export)succes van de Duitse machinebouwers en de auto-industrie én de kracht van vele tienduizenden familiebedrijven. Duitsland leert Nederland dat ‘waar een goed functionerende industriële basis bestaat, de economie stabiel is’, aldus Gutheil. ‘Zonder industrie geen handel, geen industriële dienstverlening en geen crisis­bestendigheid.’

Vertrouwen

Met de erkenning van het belang van een goed draaiende industrie komt ook de noodzaak om de internationale concurrentiekracht te blijven verbeteren hoger op de agenda. Meer investeren in onderzoek en ontwikkeling (dat geldt voor bedrijven én overheid), fors inzetten op initiatieven om het dreigend tekort in de nabije toekomst van meer dan 150.000 technici sterk terug te brengen en een consequent industriebeleid. Wientjes: ‘Duitsland voert sinds jaar en dag een consequent industriebeleid, terwijl in Nederland dat beleid om de paar jaar verandert. Ook de opkomst van China heeft aan het Duitse beleid niets veranderd. Dat geeft bedrijven vertrouwen voor de langere termijn.’ ‘Duitse toeleveranciers klagen wel eens dat ze aan zulke hoge eisen moeten voldoen. Maar dat is juist hun succes. “Made in ­Germany” geeft wereldwijd ­status. Voor “made in Spain” geldt dat niet’, meent Jacques van den Broek, lid van de raad van bestuur van Randstad. Het uitzendbureau voorziet de industrie van tijdelijke werknemers.

ASML

De kwaliteiten van (toeleverende) Duitse bedrijven kunnen soms ook een bedreiging vormen. Hoewel het succes van het Brabantse ASML deels verband houdt met het sterke regionale netwerk van toeleveranciers, stelt de chipmachinemaker uit Veldhoven ook steeds zwaardere eisen aan toeleveranciers. Duitse bedrijven spelen beter op de wensen van ASML in dan Nederlandse. Frits van Hout, lid van de raad van bestuur van ASML: ‘Nederlandse bedrijven zijn sterk in onderzoek en ontwikkeling (R&D) óf in productie. Niet in allebei. Als wij R&D-werkzaamheden willen uitbesteden, dan het liefst bij bedrijven die beide competenties in huis hebben, bij voorkeur in Duitsland dus.’

Permanente bijscholing

Topman Ab van der Touw van Siemens Nederland houdt Nederlandse ondernemers nog een andere Duitse spiegel voor. Op grote schaal verplaatsten Nederlandse bedrijven het afgelopen decennium de productie naar landen als China. Die hoge mate van uitbesteding remde innovatie in Nederland af. Duitse bedrijven weken veel minder vaak naar lagelonenlanden uit en investeerden daardoor veel meer in automatisering, zegt Van der Touw. Een duaal leer- en werksysteem naar Duits voorbeeld om jongeren tot een goede vakman op te leiden, heeft zijn voorkeur. Naast verplichte stages van jongeren bij bedrijven is ook permanente bijscholing voor ouderen noodzaak. ‘Mbo- en hbo-instellingen moeten voor dit doel ’s avonds en in het weekeinde open zijn.

Wilt u meer weten over permanente-  en maatwerkopleidingen? Neem contact op met een van onze accountmanagers op 078-6253888.

Bron: www.fd.nl

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant